Nooit eerder kreeg ik zoveel reacties in mijn mailbox als op mijn blog van vorige week, waarin ik mijn “leven van het land” droom deelde. De droom maakte blijkbaar iets los. Vele mensen mailden dat ze dezelfde droom hebben en wat was dat leuk en inspirerend om te horen!

Ineke mailde dat zij deze week begint aan het avontuur van zelfvoorzienend leven op een boerderijtje in het noorden van het land. Haar woorden straalden trots en blijdschap uit, ze deelde zelfs de funda link van het idyllische plekje waar zij haar droom gaat leven!

Ook Jacqueline deelde haar verhaal over hoe zij en haar man de stap maakten: van twee hardwerkende yuppen naar buitenmensen in Frankrijk. Die droom van mij, het is niet altijd rozengeur en maneschijn volgens Jacqueline. Ze schreef het allemaal prachtig genuanceerd en eerlijk op. Lees je mee?

Vraat in de moestuin

In onze moestuin hebben we een aantal brutale gasten die zonder uitnodiging een hapje mee komen eten. Zo heeft een hert aan een van onze aalbessen geknabbeld: de bast is bijna helemaal rondom opgegeten. Je ziet de struik creperen: de blaadjes hangen er slap en zielig bij en de besjes in wording drogen langzaam uit. Verder worden de tuinbonen belaagd door zwarte luizen.

We hebben echter meer last van ondergrondse mee-eters. Veenmollen zijn het die onze oogst in gevaar brengen. Ze graven ondergrondse gangen en vreten zich daarbij door alles wat ze tegenkomen. Ook door de ondergrondse delen van onze plantjes. Vooral de uien en preiplanten hebben te lijden: zodra er een veenmol is langsgeweest, zie je de plantjes eerst slap worden en daarna omvallen. Trek je het plantje uit de grond, dan is ‘ie ondergronds helemaal doorgeknaagd. Het onkruid laten ze uiteraard met rust. Boeven zijn het!

Tuinfrustratie
Gelukkig is mijn frustratie over vraat een stuk minder dan een paar jaar geleden. Toen zaaide en plantte ik namelijk wat ik wilde oogsten, nu verdubbel ik dat gewoon bij de gewassen die in trek zijn bij de veenmollen. Kortom, de prei en uien zet ik dichter op elkaar, ze worden toch wel uitgedund door de hongerige veenmollen.

Bij biologisch tuinieren ontkom je niet aan delen, denk ik altijd maar. Een deel voor ons, een deel voor de mee-eters. Een pragmatische oplossing die een hoop frustratie scheelt.

Productie in onze “voortuin” 

Ondertussen hebben we besloten ook bij huis wat meer eetbaars in de tuin te planten. Ons achtertuintje op het noorden leent zich er niet voor, het enige eetbare dat daaruit voortkomt zijn zure kersen (morellen).

Gelukkig hebben we ook een onofficiëlele voortuin op het zuiden, bestaande uit een royale strook van 30 cm geannexeerde gemeentegrond. Vruchtbaar is de grond niet: ons huis is gebouwd op de oude, zanderige stadswal van Haarlem. Toch gaan we een poging wagen. Twee druiven hebben we afgelopen week geplant.

Voorbereidingen moestuindiner

Vorige week maakte ik rabarberchutney voor het moestuindiner voor de schrijfclub van mijn moeder dat begin juli gepland staat. Afgelopen week ging ik verder met de voorbereidingen.

Ik beschouw het diner als een les in waarde toevoegen aan simpele, goedkope (basis)producten. Deze week maakte ik vlierbloesemsiroop en gebruikte ik melk om kaas te maken. Kaas die een paar weken moet rijpen om ten tijde van het diner goed samen te gaan met de zelfgemaakte rabarberchutney.

In de moestuinvlog van deze week laat ik je zien hoe dat allemaal in zijn werk ging én hoe onze moestuin er momenteel bij ligt. Kijk je weer mee?