Toen we begin 2015 een nieuw, groter stuk grond huurden, hebben we flink wat werk verzet om de grond te egaliseren en de bergen onkruid onder te spitten. Geen gronddeeltje is op dezelfde plek blijven liggen. Hoewel veel moestuiniers jaarlijks spitten, zijn er steeds meer aanwijzingen dat de bodem juist gebaat is bij minimale grondbewerking. De hamvraag is dus:

  • Spitten of niet?
  • Zo ja, hoe dan? Wanneer en hoe spitten?
  • Zo niet, wat dan wel? Alternatieven voor spitten.

Spitten of niet?

IMG_6446Bij spitten wordt de bovenste laag aarde zodanig omgedraaid dat onkruid, gewasresten en mest onder de grond terecht komen. Hierdoor wordt onkruid bestreden, in ieder geval tijdelijk. Ook zijn de gewasresten netjes ondergronds opgeruimd waardoor je het volgende moestuinseizoen met een schone lei kunt beginnen.

Zoals hierboven al aangestipt, zijn er echter steeds meer aanwijzingen dat de bodem aanzienlijk verbetert als de grond niet elk jaar wordt omgekeerd. Zo is het organisch stofgehalte hoger bij grond die niet wordt gekeerd ten opzichte van geploegde aarde. Ook bevat niet-gespitte grond meer bodemleven dan grond die elk jaar wordt omgekeerd. Je kunt je wel voorstellen dat de bodemdiertjes flink van de kaart zijn als hun hele wereld plotseling wordt omgedraaid.

Een alternatief voor spitten is wat onder boeren niet-kerende grondbewerking wordt genoemd. Hierbij is het achterliggende idee dat de natuur goed genoeg voor zichzelf kan zorgen. Ons spitwerk is niet nodig om mest of ander organisch materiaal onder te werken want dit werkje kunnen de wormen ook prima. Wormen en andere dieren zullen vanuit de grond omhoog komen om bladeren en andere plantenresten de bodem in te slepen. Ondergronds zullen de plantenresten worden opgegeten en verteerd, waardoor de voedingsstoffen uit de plantenresten weer worden teruggegeven aan de bodem.

Ondertussen graven de wormen en andere beestjes gangen onder de grond. Dit draagt bij aan de doorluchtbaarheid, de waterdoorlaatbaarheid en de structuur van de bodem. Bij spitten gaan al deze gangen en de daarbij horende voordelen verloren.

Ook is spitten geen wondermiddel tegen onkruid. Terwijl een deel van het onkruid wordt ondergewerkt bij spitten, komen zaadjes die zich dieper in de grond bevonden juist naar boven. Misschien zorgt spitten juist wel voor een gespreid bedje voor deze zaden; doordat de grond niet bedekt is, krijgen de zaadjes in het voorjaar een ruimte hoeveelheid zonlicht en warmte, waardoor ze direct optimaal kunnen uitgroeien.

Uiteraard zijn er zowel argumenten voor als tegen spitten en elke moestuinier moet hierin zijn eigen weg vinden. Zelf proberen we de grond zo min mogelijk te keren, we spitten in ieder geval niet diep. Toch wordt een deel van de grond in onze tuin gekeerd om bijvoorbeeld groenbemesters onder te werken.

Wanneer en hoe spitten?

Kleigrond wordt over het algemeen voor de winter gespit. Op deze manier kunnen de grote kluiten bij vorst kapotvriezen. Hierdoor vallen de kluiten uiteen en heb je in het voorjaar minder last van keiharde, grote kleikluiten.

Zandgrond kan, daarentegen, in het voorjaar gespit worden. Aangezien voedingsstoffen gemakkelijk wegspoelen uit zandgrond (uitspoeling), wordt ’s winters vaak groenbemesting toegepast op zandgrond. In onze tuin staat ’s winters winterrogge om uitspoeling te voorkomen. De roggeplantjes houden meststoffen en mineralen vast, waardoor we in het voorjaar met een meer vruchtbare bodem beginnen. In het voorjaar kan de groenbemester, eventueel in combinatie met oude stalmest, worden ondergespit.

Met een spade of spitvork wordt een laag grond omgekeerd. De meningen zijn verdeeld over hoe dik deze laag moet zijn. Sommige tuiniers van de oude stempel spitten zelfs twee spades diep, waarbij de grond tot op een diepte van twee spades wordt omgedraaid. Een enorme klus die fysiek veel van je vraagt.

Alternatieven voor spitten

‘Aardewerk is paardenwerk’, zegt mijn opa wel eens. En gelijk heeft hij. Slepen met aarde is fysiek zwaar werk. Desondanks blijft opa trouw spitten maar ik heb steeds meer twijfels over het nut ervan. Hoewel enthousiaste wilde zwijnen met hun sterke snuiten heel wat aarde kunnen verplaatsen, wordt er verder in de natuur weinig aarde omgedraaid of gekeerd. Desondanks is er in de natuur veel biodiversiteit, vruchtbaarheid en gezonde aarde vindbaar.

IMG_5614
Bodembedekking helpt onder andere tegen onkruid.

Als je niet wilt spitten, kan je onkruid onderdrukken met behulp van constante bodembedekking. Onkruidzaadjes kunnen namelijk niet ontwaken als ze geen licht en warmte krijgen. Bodembedekking kan op verschillende manieren gerealiseerd worden, hierover valt meer te lezen op de pagina over bodembedekking. Deze bodembedekking kan ten dele aan de kant worden geschoven als er gezaaid of geplant moet worden.

Zoals hierboven al beschreven, is spitten niet nodig om organisch materiaal (stalmest, compost) onder te werken. Het bodemleven zal deze taak voor zijn rekening nemen. In de natuur wordt de bodem ook van bovenaf gevoed, door vallende takjes, bladeren en de uitwerpselen van dieren. Een manier om niet continu met je handen in de mest te zitten werken, is de mest aan de composthoop toevoegen. Op deze manier zal de mest zich vermengen met de compost en kan dit mengsel als bodembedekker worden toegepast. Deze bodembedekking stimuleert het bodemleven, voorkomt uitdroging en erosie en houdt onkruid tegen.

Eventuele groenbemesters kunnen uit de grond worden getrokken om op de composthoop te verteren. Ook kunnen ze afgemaaid worden. Met een hark(je) kan de vrijgekomen grond vervolgens licht worden losgemaakt voor het nieuw te zaaien of te planten gewas.