Een onvermijdelijk onderdeel van het moestuinieren is en blijft onkruid wieden. Niet het leukste klusje maar als je het slim aanpakt, valt de hoeveelheid werk uiteindelijk wel mee. Een effectieve aanpak van onkruid begint met kennis over de ongewenste plantjes.

Wat is onkruid?

onkruid zaait vaak makkelijk uitOnkruid is een verzamelnaam voor planten die om verschillende redenen ongewenst zijn:

  • De plantjes groeien op een plek waar je ze niet wilt hebben (bijvoorbeeld gras tussen stoeptegels, paardenbloemen in de moestuinbedden, jonge boompjes op een grasveld)
  • Je vindt de planten niet mooi (bijvoorbeeld omdat de hoogte, kleur of vorm niet past bij wat je in gedachten had voor je tuin)
  • De plantjes vormen competitie voor de planten die je wél graag wilt laten groeien. Onkruid kan bijvoorbeeld licht, water en voedingsstoffen opnemen ten koste van de groenten in je moestuin.
  • Onkruid kan een schuilplaats vormen voor dieren die je liever niet in je tuin wilt hebben. Zo verschuilen slakken zich overdag graag tussen het gras of onder andere plantjes om ’s avonds en ’s nachts je net geplante groenteplantjes op te eten.

Waarom is onkruid zo lastig te bestrijden?

Planten die vaak als onkruid worden beschouwd, hebben over het algemeen eigenschappen die ervoor zorgen dat de plantjes moeilijk te bestrijden zijn. Een aantal van deze eigenschappen wordt hieronder besproken:

  • Onkruid groeit snel. Als je het onkruid dus niet op tijd aanpakt, kan het in korte tijd heel je moestuin vullen.
  • Onkruid produceert vaak veel zaadjes. Denk hierbij aan de ontelbare zaadjes die van een enkele paardenbloem af kunnen vliegen. De grote hoeveelheid zaadjes zorgt ervoor dat het onkruid zich gemakkelijk uitbreidt en verspreidt door uitzaaiing.
  • De zaden van onkruid zijn gedurende lange tijd kiemkrachtig. De zaden kunnen jarenlang overleven en plotseling ontkiemen en opkomen als de omstandigheden gunstig zijn.
  • Sommige onkruidsoorten hebben uitgebreide en sterke wortels. Deze wortels zorgen ervoor dat het onkruid ook onder ongunstige omstandigheden, zoals droogte, een grote kans heeft om te overleven.
  • Veel onkruid kan zich gemakkelijk verspreiden. Onder andere door uitzaaiing (zaadonkruid, zie hieronder) maar ook door de aanwezigheid van een sterk vertakkend en uitbreidend wortelstelsel (wortelonkruid). Sommige onkruidzaden, zoals de pluisjes van de paardenbloem, laten zich door de wind gemakkelijk over grote afstand verspreiden.
  • Onkruidplantjes hebben vaak weinig natuurlijke vijanden en/of ziektes die de hoeveelheid onkruid onder controle houden. Zo zijn er verschillende onkruidsoorten waar bijvoorbeeld de slakken vanaf blijven.

Soorten onkruid

Globaal zijn er twee types onkruid: zaadonkruid en wortelonkruid, met elk een eigen gebruiksaanwijzing.

Zaadonkruid

Zaadonkruid groeit uit de zaadjes die onder de grond ontkiemen. Het zijn vaak eenjarige planten, wat betekent dat ze in hetzelfde jaar dat ze opkomen ook zelf weer zaad zullen gaan maken. De onkruidjes komen op als kleine plantjes en hebben in het begin één lange, dunne, witte wortel. Later vertakt de wortel en wordt ook het plantje zelf groter. Op het moment dat de wortel nog lang en dun is (het “witte draden stadium”) zijn de onkruidplantjes gemakkelijk uit te roeien. Een keer met de schoffel eronder door en ze zijn uitgeschakeld. Vooral op een droge, zonnige dag drogen deze onkruidsoorten dan snel uit en zijn ze binnen een uur morsdood.

De truc is dus om er op tijd bij te zijn. Als de worteltjes van het zaadonkruid zich verder hebben ontwikkeld, worden de plantjes sterker en is het lastiger om ze zo snel en gemakkelijk uit te roeien. Elke week de schoffel door de moestuin halen is de beste truc om dit type onkruid onder de duim te houden. De grotere onkruidjes verzamel ik in een emmertje, die gaan aan het einde van de dag de composthoop op. Niet het leukste klusje maar het is het echt waard. Elk jaar zijn er minder onkruidzaadjes in de grond en wordt het dus minder werk om de tuin vrij van zaadonkruid te houden.

Let bij het wieden van groter zaadonkruid goed op of de plantjes nog niet bloeien of hebben gebloeid. Zodra er bloemetjes of zaadjes aan het onkruid zitten, is de kans groot dat dit zaad zal overleven op de composthoop. Kortom, bloeiend of uitgebloeid zaadonkruid kan je beter ook niet op de composthoop gooien.

Voorbeelden van zaadonkruid zijn:

  • Tuintjesgras of straatgras
  • Knopkruid
  • Melkdistel

Zaadbank

Een belangrijk begrip op het gebied van zaadonkruid is de “zaadbank“. De term zaadbank staat voor de hoeveelheid onkruidzaden die in een bepaalde bodem aanwezig is. In andere woorden: de voorraad onkruidzaden die in de grond aanwezig is. Doordat onkruidzaden vaak jarenlang kiemkrachtig blijven, kan het jaren duren voor de hoeveelheid zaadonkruid in je moestuin enigszins begint af te nemen.

Het feit dat er steeds nieuw zaadonkruid opkomt, heeft dus weinig te maken met je moestuinvaardigheden. Het heeft veel meer te maken met de omvang van de zaadbank. De zaadbank geleidelijk uitputten is een klus die veel geduld en doorzettingsvermogen vraagt. De zaadbank wordt geleidelijk uitgeput door onkruid weg te halen voor het gaat bloeien en zaad vormt. Zodra onkruid zaad vormt en de zaadjes loslaten, wordt de zaadbank namelijk weer aangevuld en zul je volgend seizoen weer met meer onkruid zitten.

Een zaadbank kan jarenlang voor nieuw opkomend onkruid zorgen, ook al haal je altijd al het onkruid weg voordat het bloeit. Zoals hierboven al besproken, zijn veel onkruidzaden namelijk jarenlang kiemkrachtig. De zaden van het herderstasje kunnen bijvoorbeeld gedurende 35 jaar kiemkrachtig blijven als ze zich ondergronds bevinden. Tegelijkertijd draagt ook de grote hoeveelheid zaden per onkruidplant bij aan de omvang van de zaadbank. Zo produceert een enkele paardenbloem gemiddeld 15.000 zaadjes. Een toorts kan zelfs meer dan 200.000 zaden per plant produceren. Je kunt je dus wel voorstellen dat het belangrijk is om zaadonkruid op tijd weg te halen, voor het de kans krijgt om de zaadbank in jouw moestuin aan te vullen.

Wortelonkruid

Wortelonkruid is een ander verhaal dan zaadonkruid. Dit zijn onkruidsoorten die door hun sterke en/of uitgebreide wortels moeilijk te verwijderen zijn. De wortelonkruiden worden weer onderverdeeld in twee groepen:

  • Wortelonkruid met een penwortel: een penwortel is een enkele, lange wortel die vrij diep de grond in steekt. Denk hierbij aan paardenbloemen, biggenkruid en ridderzuring.
  • Wortelstokonkruiden: onkruiden die ondergrondse, vaak horizontaal verlopende wortelstokken (rizomen) vormen. Wortelstokken zijn uitlopers van de onkruidplant die zich ondergronds verspreiden. Het vormt uitgebreide netwerken onder de grond en komt vervolgens her en der op. De wortels zitten vaak vrij diep, zijn stevig en als de wortels doormidden worden gehakt, groeit elk deel weer uit tot een eigen onkruidnetwerk. Vreselijk spul dus. Voorbeelden dit type onkruid zijn kweek, brandnetels, paardenstaarten (ook bekend als heermoes) en zevenblad.

In tegenstelling tot zaadonkruid, helpt het weinig om wortelonkruid om te schoffelen. Wat wel helpt is de wortels stuk voor stuk nauwkeurig uit de grond halen. Met een spitvork neem ik een flinke hap aarde uit de tuin. Vervolgens schud ik de aarde los en vis ik alle worteltjes eruit. Er blijft altijd wel een worteltje over in de grond dus een tijdje later komt het spul alsnog op. Gelukkig is de grond dan nog los en kan het restant van de wortel vrij gemakkelijk uit de grond worden getrokken. Op kleigrond is het veel moeilijker om onkruidwortels er in zijn geheel uit de grond te trekken dus tijdens onkruid-eliminatie sessies prijs ik me gelukkig met onze lichte, losse zandgrond.

Alle onkruidwortels die ik uit de grond haal, gaan bij voorkeur niet de composthoop op. Dat zou het wortelonkruid nog een kans geven om uit te groeien. Het wortelonkruid gaat in een tas mee naar huis en thuis verdwijnt het in de prullenbak.

Algemene maatregelen om onkruid te voorkomen

Hierboven zijn al een aantal specifieke methodes besproken om met zaad- en wortelonkruid om te gaan. Behalve bovengenoemde methodes, zijn er nog meer manieren om onkruid te voorkomen of de hoeveelheid onkruid in ieder geval te beperken:

  • Manier van gieten aanpassen: de onkruidzaden die in de grond aanwezig zijn, zullen dankbaar gebruik maken van jouw gietkunsten. Als de oppervlakkige laag van de grond vochtig is, zullen onkruidzaden namelijk gemakkelijk ontkiemen. Giet dus liever niet het hele grondoppervlak nat maar geef alleen vlakbij je plantjes water. Als je net hebt gezaaid, kan het uiteraard niet anders dan dat je een deel van het grondoppervlak vochtig maakt. Probeer dit echter te beperken en geef vooral water waar het nodig is, dus vlakbij de plantjes die het water nodig hebben.
  • Mulchen: een dikke laag bodembedekking of mulch voorkomt dat licht de onkruidzaden in de bodem kan bereiken. Dit zorgt ervoor dat de kans veel kleiner is dat het onkruid zal ontkiemen. De laag moet wel dik genoeg zijn om voldoende licht tegen te houden. Als we zelf mulchen met bijvoorbeeld gemaaid gras, houden we een laag van ten minste 7 cm aan.
  • Manier van planten aanpassen: volgens hetzelfde principe als bij mulchen, helpt het om je gewassen relatief dicht bij elkaar te planten. Als je je slakroppen bijvoorbeeld dicht bij elkaar zet (30×30 cm), zal de grond al gauw grotendeels bedekt zijn. Bedekte grond is voor onkruid erg onaantrekkelijk doordat ook onkruid veel licht nodig heeft om goed te kunnen groeien. Kortom, hoe meer grond er bedekt is, hoe minder last je zult hebben van onkruid.
  • Spitten / schoffelen: hoewel spitten ervoor zorgt dat je binnen korte tijd veel onkruid onder de grond werkt (wat er altijd lekker opgeruimd uitziet!), worden er tegelijkertijd zaadjes uit de zaadbank omhoog gebracht. Deze zaden kunnen vervolgens ontkiemen en uitgroeien tot nieuw onkruid. Kortom, spitten heeft niet per se een gunstige invloed op de hoeveelheid onkruid. Schoffelen, daarentegen, heeft alleen invloed op de oppervlakkige grondlagen. Door bij zonnig en droog weer te schoffelen, kan je in korte tijd een grote hoeveelheid net ontkiemde onkruidzaadjes uitroeien. Tegelijkertijd zal de grond niet uitgebreid omgekeerd worden, waardoor er geen onkruid diep uit de bodem naar boven wordt gewerkt.
  • Onkruid uit de grond trekken: dit werd hierboven al besproken. Het belangrijkste bij het verwijderen van zaadonkruid is: doe het voor het onkruid gaat bloeien. Op deze manier wordt de zaadbank niet aangevuld. Bij wortelonkruid is het vooral van belang om het gehele wortelstelsel te verwijderen. Kleine restjes wortels zullen namelijk binnen korte tijd weer uitgroeien tot grote onkruidplanten die zich gemakkelijk uitbreiden en verspreiden.