Groeiwijze

De asperge (Asparagus officinalis subsp. officinalis) is een vaste plant waarvan de jonge scheuten gegeten worden als groente. De planten blijven vaak tot wel 10 jaar op dezelfde plek staan.

De plant kan gezaaid of geplant worden, waarbij het vooral bij zaaien een paar jaar duurt voor je de eerste oogst kunt verwachten. Aspergezaadjes zijn rond en donkerbruin tot haast zwart van kleur. Na het zaaien komt er een dun steeltje op waar zijtakjes aan ontstaan met fijn loof. Ondergronds ontstaat er tegelijkertijd een steeds groter wordend wortelnetwerk. De bovengrondse plant en ook het wortelstelsel worden de eerste seizoenen elk jaar groter. Aan het loof van de aspergeplant ontstaan op een gegeven moment kleine gele bloemetjes. Op dit moment lijkt de plant totaal niet meer op de asperges die je uit de winkel kent: de plant is vele male groter en heeft veel loof.

De bovengrondse plant sterft aan het einde van het moestuinseizoen af. Het ondergrondse wortelstelsel overleeft de winter wel en loopt in het voorjaar opnieuw uit. Deze nieuw gevormde stengels zijn de asperges. Witte asperges (zie hieronder meer) worden geoogst terwijl ze zich nog ondergronds bevinden. Om dit oogsten makkelijker te maken, wordt de grond waar de witte asperges groeien vaak met ongeveer een halve meter grond opgehoogd. Deze grond vormt een “rug” waarin de asperges groeien. Vanuit deze rug kunnen de witte asperges relatief makkelijk “gestoken” worden, nog voordat ze hun weg naar het daglicht hebben kunnen voltooien.

Als de stengels boven de grond uitkomen, worden ze groen of paars. Als je dus groene of paarse asperges wilt telen, hoef je de grond niet op te hogen. Bij deze asperges is het een kwestie van de stengels afknippen of snijden op het moment dat je ze groot genoeg vindt.

Na de langste dag worden asperges niet meer geoogst. Vanaf dat moment mogen ze onbeperkt doorgroeien. Op deze manier kunnen de planten voedingsstoffen opslaan en dus aansterken. De voedingsstoffen zorgen ervoor dat de aspergeplanten ook volgend seizoen weer enthousiast uitlopen. Aan het einde van het seizoen sterft het bovengrondse deel van de plant af maar zodra dit gebeurt, is er al ruim voldoende energie in het ondergrondse deel van de plant opgeslagen om volgend jaar weer op te komen.

Soorten & rassen

Er zijn verschillende soorten asperges, die in eerste plaats onder te verdelen zijn qua kleur:

  • Witte asperges: asperges die onder de grond zijn gegroeid. Doordat de scheuten geen zonlicht hebben gezien, zijn ze wit gebleven. De scheuten worden geoogst door ze ondergronds te “steken”: met een speciaal stuk gereedschap wordt de scheut doorgestoken, waardoor de scheut uit de grond gehaald kan worden. Deze asperges groeien op ruggen, hetgeen het steken makkelijker maakt.
  • Groene asperges: asperges die bovengronds zijn gegroeid, waardoor ze wel zonlicht hebben gezien en dus groen verkleurd zijn. Van oorsprong worden groene aspergers veel in Mediterrane landen gegeten maar ook in Nederland worden ze tegenwoordig veel verkocht. De scheuten worden net boven de grond doorgesneden of doorgeknipt. Groene asperges groeien in het wild in de duinen (waar wij ze regelmatig gaan “wildplukken”) en langs rivieren.
  • Paarse asperges: een soort die maar weinig bekend is. Net als de groene asperge, groeit de paarse asperge bovengronds.

In de loop der tijd zijn er rassen ontwikkeld die specifiek geschikt zijn voor een bepaalde kleur asperges. Vaak kan een gespecialiseerde aspergekweker je vertellen welke rassen geschikt zijn voor welke kleur asperges. Tegenwoordig kunnen aspergeplanten eenvoudig online worden besteld.

Voorbereiding

Voor je asperges plant of zaait, is het slim om eerst na te denken over de plaats waar de asperges komen te staan. De planten blijven wel 10 jaar op dezelfde plek staan en het verplaatsen van de planten is niet bevorderlijk voor de oogst. Wat betreft de standplaats zijn er een aantal factoren om rekening mee te houden:

  • Met name witte asperges zijn vrij kieskeurig wat betreft de standplaats. Witte asperges houden van een lichte, goed doorlatende grond die relatief veel humus bevat én waar het grondwater ’s winters niet te hoog komt te staan. Omdat het grondwater in ons tuintje ’s winters vrij hoog komt, is onze moestuin eigenlijk niet zo geschikt voor witte asperges. Groene asperges zijn gelukkig een stuk minder kieskeurig. Ze worden minder diep geplant en hebben dus ook minder last van het grondwater. Ook doen groene asperges het prima op zwaardere grondsoorten, zoals klei.
  • Asperges houden van een zonnige standplaats. De zon zal de grond in het voorjaar opwarmen, waardoor de aspergeoogst vroeger in het seizoen valt. Zet de planten dus op een zonnige plek.
  • Asperges nemen veel ruimte in beslag. Zowel in de diepte (wortels), breedte als in de hoogte (loof) hebben asperges veel ruimte nodig. Reserveer dus voldoende plek voor de planten.
  • Na de langste dag groeien de planten bovendien uit tot een hoge haag van dicht loof. Dit loof kan veel licht tegenhouden van de planten die ten zuiden van de asperges staan. Een geschikte plaats voor asperges is bijvoorbeeld ten zuiden van de composthoop. Zo droogt de composthoop minder snel uit en worden er geen andere planten benadeeld doordat de groeiende aspergeplanten het licht wegvangen.

Ook kun je je afvragen of je als beginnende moestuinier wel aan asperges wilt beginnen. Het duurt lang voor je de eerste asperges kunt oogsten dus als je nog niet zeker weet hoe lang je op een bepaalde plaats blijft tuinieren, kan je misschien beter voor een ander gewas kiezen. Wil je toch voor asperges gaan, dan is het raadzaam om ze te planten in plaats van te zaaien. Op deze manier kan je sneller van je eerste asperges van eigen kweek genieten.

Aspergewortels worden relatief diep in de grond gezet en houden van een goed bewortelbare grond. De grond moet dus flink worden losgemaakt voor je asperges kunt planten. Er wordt geadviseerd om de grond tot op een diepte van ten minste 60 cm los te maken. Idealiter gebeurt dit in het jaar voordat de asperges worden geplant.

Vermeng de losgemaakte grond vervolgens met oude stalmest of compost. Per vierkante meter wordt geadviseerd om ten minste 10 liter compost of stalmest door de grond te mengen. Dit zorgt voor een betere structuur van de bodem waardoor de aspergewortels straks extra goed kunnen groeien.

Ook is het verstandig om tegelijkertijd al het wortelonkruid nauwkeurig weg te halen. Als de asperges eenmaal geplant zijn, wordt het namelijk steeds lastiger om wortelonkruid rigoureus te verwijderen zonder de aspergeplanten te beschadigen.

Voor het planten kan ook nog wat kalk door de grond worden gemengd. Asperges houden namelijk van kalkrijke grond.

Zaaien & Planten

Zaaien is een optie voor tuiniers met érg veel geduld. Een snellere en wat ons betreft leukere optie is asperges planten. Dit klinkt alsof je planten in de grond moet zetten maar in werkelijkheid komt het neer op wortelstelsels in de grond plaatsen.

Asperges worden idealiter tussen begin maart en half mei geplant, voordat de planten beginnen met uitlopen. Het is aan te raden om het weerbericht in deze periode goed in de gaten te houden: asperges kunnen het best bij droog weer worden geplant.

Asperges worden in een “voor” (geul) geplant van ongeveer 40 cm breed. Tussen de verschillende rijen komt ten minste anderhalve meter ruimte. Bij het planten van de wortelstelsels is het de bedoeling dat de “kop” van de plant, dus het centrale deel waar alle wortels vanuit gaan, op 20 tot 25 cm diepte onder het grondniveau uitkomt. Ook de afstand tussen de individuele planten bedraagt 20 tot 25 cm. Hierbij worden de wortels gelijkmatig verdeeld en vervolgens bedekt met een relatief dun laagje grond (5 a 10 cm). De rest van de geul wordt in de loop van het eerste seizoen geleidelijk opgevuld met grond.

 

Verzorgen

In het eerste seizoen wordt de voor of geul waarin de asperges zijn geplant geleidelijk opgevuld met grond. Uiteraard zijn er altijd de algemene teeltzorgen, zoals onkruid wieden en water geven bij extreme droogte. Asperges houden overigens niet van al te natte grond dus water geven zal zelden nodig zijn, zeker niet op grond die veel vocht vasthoudt, zoals klei.

In het najaar wordt het loof afgesneden. Doe dit net onder het niveau van de grond en gebruik een stevige snoeischaar. De stengels zijn namelijk houtig tegen het einde van het seizoen.

Oogsten

Asperges zijn echte seizoensgroenten: het seizoen is relatief kort. In Nederland duurt het aspergeseizoen ongeveer twee maanden. De eerste asperges worden, afhankelijk van de temperatuur, geoogst rond begin maart. Het seizoen loopt traditioneel af op 24 juni. Hierna wordt de plant met rust gelaten om aan te sterken en energie voor het volgende seizoen op te slaan.

Witte asperges worden gestoken. Zelf houden we meer van groene asperges, onder andere omdat groene asperges in tegnstelling tot witte asperges niet geschild hoeven te worden. Met het steken van asperges hebben we dus geen ervaring.

Groene en paarse asperges kunnen als ze groot genoeg zijn net boven de grond worden afgesneden of afgeknipt. Voor het afknippen werkt een snoeischaar het beste, de scheuten zijn namelijk best stevig en kunnen aan de onderkant ook houtig worden.

Bewaren

Vaak zul je een aantal dagen asperges moeten “sparen” voor je een heel maaltje bij elkaar hebt. Als je elke dag een paar asperges oogst, heb je na een paar dagen genoeg voor een heerlijke lente maaltijd. De geoogste asperges zijn helaas relatief kort houdbaar: in de koelkast enkele dagen. In een plastic (brood)zak of in een vochtig keukenpapiertje gewikkeld, blijven de asperges het beste bewaard.