De grond in de moestuin kan met mest worden gevoed maar daarnaast kunnen ook groenbemesters worden toegepast. Dit zijn planten die gezaaid worden om de bodem te bemesten en te verbeteren. In dit artikel worden de volgende onderwerpen besproken:

  • Wat is het doel van groenbemesting?
  • Hoe werkt groenbemesting?
  • Welke soorten groenbemesting zijn er?
  • Wanneer moeten groenbemesters gezaaid worden?
  • Nadelen van groenbemesting

Wat is het doel van groenbemesting?

IMG_6446
Het lijkt gras maar het is winterrogge. Deze winterrogge werd aan het einde van het seizoen gezaaid als groenbemester. In het voorjaar werd de groenbemester ondergespit.

Een groenbemester is een plant die gebruikt wordt om de bodem te verbeteren. In andere woorden: de plant wordt niet gezaaid om later te kunnen oogsten maar wordt alleen gezaaid met als doel de grond te verbeteren.

Na verloop van tijd wordt de groenbemester ondergespit. Bovengronds is er dan mooie, schone grond beschikbaar waarin groenten gezaaid of geplant kunnen worden. Tegelijkertijd zullen de plantenresten van de groenbemester ondergronds worden opgegeten door talloze kleine bodemdiertjes. Hierbij komen allerlei voedingsstoffen vrij die voor verbetering van de grond zorgen. Op deze manier kunnen de jonge groenteplantjes een vliegende start maken.

De verbetering van de bodem door groenbemesting komt op verschillende manieren tot stand, bijvoorbeeld door het vasthouden van voedingsstoffen, het toevoegen van organische stof en het binden van stikstof. Hieronder wordt uitgelegd op welke manieren groenbemesting kan bijdragen aan een rijke, vruchtbare bodem.

Hoe werkt groenbemesting?

Groenbemesters dragen op verschillende manieren bij aan een gezondere grond.

Groenbemesting voorkomt dat nuttige stoffen zoals mineralen wegspoelen

Het wegspoelen van nuttige stoffen wordt ook wel uitspoeling genoemd. Groenbemesters kunnen uitspoeling voorkomen door de voedingsstoffen uit de grond in zich op te nemen. Voedingsstoffen vormen de bouwstenen van de plant en zolang deze bouwstenen in de plant zijn opgenomen, zullen ze niet met het regenwater worden weggespoeld. Losse voedingsstoffen, dus kleine bouwsteentjes die her en der in de grond verspreid liggen, kunnen wél door het regenwater worden meegesleept naar het grondwater en nabijgelegen sloten (“uitspoeling”). Op deze manier kunnen waardevolle voedingsstoffen uit de moestuin verloren gaan. Door het toepassen van groenbemesting kan worden voorkomen dat nuttige voedingsstoffen door het regenwater worden weggespoeld. Zo blijven de bouwstenen voor de groenten van volgend seizoen behouden. Na het omspitten, zullen bodemdiertjes de plantenresten namelijk afbreken, waarbij de bouwstenen weer vrijkomen in de bodem.

IMG_6311
Winterrogge als groenbemester: de rogge voorkomt uitspoeling, verbetert de structuur van de bodem en werkt goed tegen onkruid.

Groenbemesters voegen organische stof toe aan de bodem

Organische stof is een verzamelnaam van stoffen die niet direct door planten worden opgenomen maar die wel bijdragen aan de kwaliteit van de bodem. Organische stof zorgt er namelijk voor dat de structuur van de grond verbetert. Hoe meer organische stof, hoe luchtiger de grond zal zijn. De aanwezigheid van organische stof zal er ook voor zorgen dat het bodemleven zich goed kan ontwikkelen, wat weer bijdraagt aan een vruchtbare grond.

Groenbemesting kan stikstof toevoegen aan de grond

Een deel van de groenbemesters (de vlinderbloemigen, bijvoorbeeld lupine) bindt stikstof. Dat stikstof binden klinkt ingewikkeld, als een soort scheikundig experiment op de moestuin. Waar het op neerkomt, is dat planten uit de groep vlinderbloemigen stikstof uit de lucht opnemen. Stikstof in gasvorm, dus zoals het in de gewone buitenlucht zit, is voor planten niet zomaar bruikbaar. In gebonden vorm kunnen planten het wél gebruiken. Ze hebben het zelfs nodig om goed te kunnen groeien. Wat deze groenbemesters dus doen, is iets onbruikbaars in iets nuttigs omzetten. De gebonden stikstof wordt vervolgens aan de bodem afgegeven en kan door andere plantjes als voeding worden gebruikt. De grond wordt verrijkt, zonder dat je zelf ook maar iets hoeft te doen. Geen gesleep met mest en toch voeding voor de bodem.

Een bijkomend voordeel is dat groenbemesters kunnen helpen bij het voorkomen van onkruid. Dit werkt als volgt: Als de moestuin in het najaar steeds leger wordt, kunnen de lege stukken grond worden ingezaaid met groenbemester. De groenbemester zal de bodem vervolgens bedekt houden waardoor er minder licht overblijft voor opkomende onkruidplantjes. Hoe minder licht, hoe minder het onkruid de kans zal krijgen om uit te groeien en zich verder uit te zaaien.

Welke soorten groenbemesting zijn er?

De groenbemesters zijn onder te verdelen in verschillende plantenfamilies of categorieën: vlinderbloemigen, grassen, kruisbloemigen en overige planten.

Vlinderbloemigen

IMG_5282Lupine, verschillende soorten klaver.

Grassen

Rogge, raaigras.

Kruisbloemigen

Bladkool, gele mosterd, rammenas, raap.

Overige groenbemesters

Boekweit, komkommerkruid, phacelia,

Wanneer moeten groenbemesters gezaaid worden?

Het moment van zaaien verschilt per groenbemester en op de verpakking staat beschreven wat wanneer gezaaid kan worden. Zelf zaaien we winterrogge aan het einde van het moestuinseizoen, zodra er een landje leeg is na de oogst. Ook zijn er groenbemesters die in de vruchtwisseling meedraaien, dus waarvoor echt een stuk tuin een jaar lang wordt opgeofferd.

Nadelen van groenbemesting

Een nadeel van groenbemesting is dat de groenbemesters niet opgegeten kunnen worden, terwijl het zaad wel geld kost. In andere woorden, er moet wel geïnvesteerd worden terwijl niet direct zichtbaar is wat de opbrengst is. De hierboven genoemde voordelen van groenbemesting maken de (relatief) kleine investering in zaad echter ruimschoots goed.

Een tweede nadeel is dat sommige groenbemesters relatief snel uitzaaien. Op deze manier komt de groenbemester mogelijk op plaatsen te staan waar je ‘m eigenlijk niet wilt hebben, en is het opeens onkruid in plaats van een nuttige plant. Dit uitzaaien kan voorkomen worden door de bloemen op tijd uit de groenbemester te knippen. Want zonder bloemen geen zaadjes en zonder zaadjes geen uitzaaiing van de groenbemester.

Tenslotte moet goed worden nagedacht over hoe bepaalde groenbemesters in het teeltplan (in andere woorden: in de vruchtwisseling) passen. Groenbemesters zoals bladkool, gele mosterd en bladrammenas, komen uit de kruisbloemenfamilie. Kolen maken ook onderdeel uit van deze familie. Dit betekent dat bovengenoemde groenbemesters niet zomaar kunnen worden gezaaid op de plekken waar in de afgelopen jaren kool heeft gestaan. Kortom, voor sommige groenbemesters is tuinplanning voor gevorderden nodig, terwijl het maken van een teeltplan zonder groenbemesters al ingewikkeld genoeg kan zijn. Gelukkig zijn er ook groenbemesters, zoals grassen, waarbij weinig tot geen rekening hoeft worden gehouden met de vruchtwisseling.