Groeiwijze

Knolvenkel (Foeniculum vulgare var. Azoricum) is een tweejarige plant die grotendeels bovengronds groeit. De plant heeft fijn vertakkend frisgroen blad en vormt in de loop van enkele weken een bovengrondse bol. De plant wordt gekweekt voor de bol maar ook het blad is eetbaar. 

Knolvenkel ziet eruit als een knol maar bestaat, net als uien, uit samengepakte bladscheden. Dat maakt knolvenkel eigenlijk een bol. De vorm van de bladscheden (en dus van de bol als geheel) hangt grotendeels af van het ras maar is ook afhankelijk van de temperatuur en de daglengte. De planten kunnen tot ver in het najaar geteeld worden, ze kunnen namelijk best een klein beetje nachtvorst verdragen. 

Knolvenkel heeft een kenmerkende anijsachtige smaak. Vooral bij verse knolvenkel is de smaak erg uitgesproken, gekookt of gestoofd is de smaak zachter. 

Soorten & Rassen 

Bekende traditionele tassen zijn Zoete Bologneser en Zoete van Florence. Nieuwere rassen die minder snel doorschieten zijn onder andere Perfektion en Fino. 

Voorbereiding

Knolvenkel doet het in onze moestuin op zandgrond goed. Op zwaardere gronden kan knolvenkel het moeilijker hebben. De wortels vinden het dan lastig om zich door de zware grond te worstelen. Het helpt in dat geval om de grond goed los te maken en te vermengen met compost. 

Knolvenkel is een langedagplant. Als je de planten in het voorjaar zaait, hebben ze de neiging om door te schieten. Zaai knolvenkel dus na 21 juni, dan is de kans op mooie, niet doorgeschoten knolvenkel het grootst. 

Aangezien knolvenkel thuishoort op het landje van de wortelgewassen, kunnen de zaden of planten prima tussen bijvoorbeeld de knoflook worden geplant. Als je knoflook namelijk in het vorige najaar hebt geplant, zal de knoflook in juli ongeveer geoogst kunnen worden. Tegen de tijd dat de knoflookbollen worden geoogst, zal hun plek worden ingenomen door de recent gezaaide of geplante knolvenkel. Zo oogst je twee keer per jaar van hetzelfde stukje grond en heb je dus meer opbrengst van je moestuin.

Zaaien & Planten

Omdat ik knolvenkel niet enorm veel gebruik, koop ik zo nu en dan een paar plantjes in plaats van dat ik de plantjes zelf zaai.

Knolvenkel houdt er over het algemeen niet van om verplant te worden. Verplanten kan leiden tot groeivertraging en doorschieten. Als je knolvenkel wilt voorzaaien, is het dus belangrijk om relatief grote trays of potjes te gebruiken. Zo hebben de planten het minst last van het verplanten. De kans op doorschieten kan verder worden verkleind door de planten zo gelijkmatig mogelijk te laten groeien door bijvoorbeeld regelmatig te gieten bij langdurige droogte. Ook zijn er rassen ontwikkeld die minder snel doorschieten en dus vroeger in het jaar geteeld kunnen worden.

Je kunt knolvenkel heel goed in de volle grond zaaien. De zaden ontkiemen vrij vlot. Mochten de plantjes wat te dicht bij elkaar staan dan kan je uiteraard een beetje uitdunnen.

Verzorgen

Het blad van knolvenkel laat vrij veel licht door. Hierdoor kan er veel onkruid opkomen tussen de knolvenkelplanten. Dit kan je voorkomen door de bodem te bedekken met organisch materiaal, zoals stro of gras.

Knolvenkel groeit graag gelijkmatig. Bij droogte is het dus van belang om regelmatig wat water te geven, zeker op droge gronden zoals zand. Bodembedekking zorgt er trouwens ook voor dat de grond minder snel uitdroogt.

Tegen het einde van het moestuinseizoen kan je je knolvenkel een beetje aanaarden. Dit betekent dat je de bollen een beetje instopt door er wat aarde tegenaan te schuiven. Zo blijven de bollen lichter van kleur en  zijn ze beter beschermd tegen de eerste nachtvorst.

Oogsten

Na het zaaien duurt het ongeveer 3 maanden tot een knolvenkel klaar is om geoogst te worden. Als je plantjes koopt, kan je natuurlijk sneller oogsten. Hoe groter je de knolvenkel laat groeien, hoe groter de kans dat ‘ie wat taai en vezelig wordt. Je kunt knolvenkel met een mes afsnijden. Als je de bol iets boven de grond afsnijdt, kan de plant nog uitlopen en kan je enkele weken later nog wat blad oogsten. Ook gedurende de groeiperiode van knolvenkel kan je zo nu en dan wat van het blad oogsten, als je maar genoeg blad overblijft om de plant goed verder te laten groeien.

Bewaren

Na de oogst kan je het blad het best afknippen of afsnijden. De bollen zijn dan nog ongeveer twee weken houdbaar op een koele plek. Bij ons liggen ze in de herfst in een kratje bovenin het houthok. Als je knolvenkel langer wilt bewaren, kunnen de bladeren geblancheerd en daarna in de vriezer bewaard worden. Op deze manier is je venkeloogst enkele maanden houdbaar.