Om een productieve moestuin te creëren, zal de bodem elk jaar bemest moeten worden. Je kunt tenslotte niet continue voedingsstoffen aan de grond onttrekken zonder ze ook weer toe te voegen. Zonder bemesting zal de bodem steeds armer worden en uiteindelijk uitgeput raken, waardoor ook de oogst elk jaar schraler wordt. Samenvattend is bemesten noodzakelijk voor een succesvolle moestuin.

Onderwerpen op deze pagina:

  • IMG_6510Waarom bemesten?
  • Welke stoffen zitten er in mest en waar zijn deze stoffen voor nodig?
  • Welke soorten mest zijn er?
  • Waar is mest verkrijgbaar?
  • Hoeveel mest is er nodig?
  • Wanneer bemesten?

Waarom bemesten?

Samenvattend wordt bemesting met twee doelen toegepast:

  • Het aanvullen van voedingsstoffen
  • Het bodemleven en de structuur van de grond verbeteren

Zoals hierboven al werd beschreven, is een gezonde bodem een belangrijke voorwaarde voor een goede oogst. Planten hebben namelijk verschillende voedingsstoffen nodig om goed te kunnen groeien. Om jaar na jaar een mooie oogst te krijgen, is het dus nodig om de bodem te voeden met meststoffen.

Als je de bodem niet bemest, zal de vruchtbaarheid maar ook het organische stofgehalte geleidelijk dalen. Organische stof is nodig voor een goede structuur van de grond en voor een gezond bodemleven. In een experiment op grond waar niet werd bemest, daalde het organisch stofgehalte gedurende ongeveer 20 jaar met 22%. In andere woorden: de grond werd stukken armer bij een gebrek aan bemesting.

Welke stoffen zitten er in mest en waar zijn deze stoffen voor nodig?

Oude stalmest: een belangrijk ingrediënt voor een succesvol en productief moestuinseizoen.
Oude stalmest: een belangrijk ingrediënt voor een succesvol en productief moestuinseizoen. Zoals je ziet lijkt het mengsel (gelukkig!) meer op compost dan op een berg poep. Bemesten klikt viezer dan het in werkelijkheid is.

Planten hebben verschillende stoffen nodig om optimaal te kunnen groeien. De uitvinder van kunstmest, Justus von Liebig, heeft nauwkeurig uitgezocht welke elementen nodig zijn voor een goede groei. De belangrijkste voedingsstoffen zijn stikstof (N), fosfaat (P2O5) en kali (K2O). Van deze elementen wordt tijdens de groei veel opgenomen. Afhankelijk van de grondsoort en de plantensoort, is een bepaalde verhouding tussen bovengenoemde drie stoffen nodig.

Naast deze drie essentiële elementen, zijn er ook nog andere belangrijke stoffen zoals calcium, magnesium, zwavel en sporenelementen als koper, mangaan, boor, zink en ijzer. Van deze elementen wordt tijdens de groei een relatief geringe hoeveelheid opgenomen door de plant.

De bovengenoemde 3 essentiële voedingsstoffen vormen de hoofdingrediënten van kunstmest, zoals ook op de verpakking van kunstmest te lezen valt (vaak afgekort als N, P en K). Deze stoffen zijn, net als de sporenelementen, ook aanwezig in organische mest. Elk element heeft een eigen functie tijdens de groei en een gebrek aan een bepaald element heeft dus specifieke gevolgen.

Stikstof (N) is vooral nodig voor de groei van blad. Kleinere en wat lichter, geliger gekleurde bladen wijzen op een stikstoftekort. Kalium (K), daarentegen, bevordert de bloei en de vorming van vruchten. Bruingerande bladeren kunnen passen bij een kaliumtekort. Fosfaat (P) is nodig voor de vorming van sterke wortels. Een tekort kan zich uiten in de vorm van paarse verkleuringen van het blad en een slechte vruchtontwikkeling.

Welke soorten mest zijn er?

Samenvattend zijn er verschillende categorieën meststoffen:

  • Organische meststoffen
    • dierlijke mest
    • compost
    • groenbemesters
  • Kunstmest

Zoals je kunt zien is organische meststof een verzamelnaam voor dierlijke mest, compost en groenbemesting.

Dierlijke mest is niets anders dan poep van dieren die vaak vermengd is met stro. Vooral oude stalmest van koeien is geschikt voor de moestuin. Dit is een mengsel van koeienpoep en stro dat maanden tot jaren de tijd heeft gekregen om te verteren. Tijdens deze vertering komen de bovengenoemde belangrijke voedingsstoffen vrij. Mest van bijvoorbeeld kippen is minder geschikt om direct over het land te verspreiden. Kippenmest is namelijk “scherp”; het bevat veel voedingsstoffen maar weinig organische stof en kan daardoor tot verbranding van planten leiden. Als kippenmest eerst wordt vermengd met plantenresten en de tijd krijgt om te composteren, ontstaat er een bijzonder voedzame compost. Kortom, kippenmest kan zeker van pas komen in de moestuin. Paardenmest is vaak vermengd met veel stro. De vertering van stro onttrekt stikstof aan de mest (lees hier eventueel meer over op de pagina over compost). Hierdoor komt de stikstof uit verse paardenmest niet beschikbaar voor de planten in de moestuin. Paardenmest is dus pas zinvol om in de moestuin te gebruiken nadat de mest goed verteerd is. Verteerde paardenmest heet ook wel champignonmest. Paardenmest wordt namelijk vaak gebruikt om champignons op te telen. Zodra deze champignons zijn geoogst, blijft er een voedzame, rijke compost over.

Compost bestaat uit verteerde plantenresten. Planten zijn opgebouwd uit de bovengenoemde voedingsstoffen. Tijdens het composteren van plantenresten, komen deze voedingsstoffen weer vrij. Compost bevat dus, net als mest, belangrijke voedingsstoffen voor in de moestuin.

Groenbemesting: planten worden gebruikt om voedingsstoffen vast te houden en/of toe te voegen aan de bodem.
Groenbemesting: planten worden gebruikt om voedingsstoffen vast te houden en/of toe te voegen aan de bodem.

Groenbemesters zijn planten die worden gezaaid om voedingsstoffen toe te voegen aan de bodem. Op de pagina over groenbemesting kan je er meer over lezen.

Kunstmest bestaat uit voedingselementen die kunstmatig gewonnen worden. Bij biologisch tuinieren wordt geen kunstmest gebruikt. Overmatig gebruik van kunststof leidt namelijk vaak tot milieuverontreiniging. Doordat de voedingsstoffen uit kunstmest gemakkelijk en snel in water oplossen, komt er na het strooien van kunstmest in korte tijd veel voeding vrij. Als de planten in de moestuin deze voedingsstoffen niet geheel kunnen opnemen, zal het overschot aan voedingsstoffen wegspoelen naar het grondwater (“uitspoeling”). Deze uitgespoelde voedingsstoffen worden door algen opgenomen die het water van vijvers, sloten, rivieren en oceanen vervolgens zuurstofarm maken. Dit gebrek aan zuurstof heeft vanzelfsprekend een nadelig effect op de planten en dieren die in het water leven.

Organische meststoffen, zoals compost, dierlijke mest en groenbemesting, geven hun voedingsstoffen veel geleidelijker af dan kunstmest. Hierdoor zal uitspoeling bij organische bemesting veel minder snel een probleem vormen.

IMG_6434
Een kruiwagen vol zelfgemaakte compost. De plantenresten zijn op een paar takjes na helemaal verteerd. Compost voegt veel organische stof toe aan de bodem.

Natuurlijke bemesting draagt bovendien bij aan de hoeveelheid organische stof in de grond. Onderzoek heeft laten zien dat het organische stofgehalte en het bodemleven op peil blijven bij gebruik van gecomposteerde stalmest. Bij gebruik van enkel kunstmest is het organische stofgehalte na ruim 20 jaar met 15% gedaald, bij een combinatie van kunstmest en stalmest was de afname 7% (Fliessbach et al, 2007). Een toename in organische stof leidt vervolgens tot een verbetering van het bodemleven en een hogere vruchtbaarheid van de bodem.

Een derde voordeel van natuurlijke bemesting is het feit dat biologisch geteelde gewassen sterker zijn dan gewassen die met kunstmest zijn gevoed. De grote hoeveelheid voedingsstoffen die in korte tijd uit kunstmest vrijkomt, leidt tot snelle groei van planten waarbij de cellen van deze planten langer en wateriger zijn. Dit maakt de planten kwetsbaarder voor ziektes.

Zelf laten we eenmaal per jaar een lading oude stalmest op de tuin leveren door een boer uit de buurt. Het klinkt misschien vies maar doordat de boel verteerd is, stinkt de mest eigenlijk helemaal niet meer en lijkt het haast op compost met stukjes stro erdoor.

Waar is mest verkrijgbaar?

Bij het tuincentrum zijn verschillende (biologische) mestsoorten verkrijgbaar, bijvoorbeeld in de vorm van droge koemestkorrels. Bij een relatief kleine moestuin kan het aantrekkelijk zijn om dit soort mestkorrels te gebruiken. Bij grotere moestuinen wordt het al gauw aantrekkelijk om goed verteerde oude stalmest door een boer uit de buurt te laten leveren. Vaak wordt er alleen betaald voor de transportkosten, de mest zelf krijg je gratis. Dit is omdat veel boeren de mest liever kwijt dan rijk zijn.

Zelf betalen wij 25 euro voor het afleveren van anderhalf kuub goed verteerde oude stalmest. Als we meer of minder mest zouden bestellen, zou de prijs hetzelfde blijven want de tijd die de boer kwijt is aan het transport verandert niet of nauwelijks bij het leveren van iets meer of minder mest. We bellen ongeveer een week van te voren (als het weerbericht voor het volgende weekend goed is!) en spreken dan een tijdstip en een hoeveelheid af met de boer. Niet alle boeren hebben oude stalmest maar geef niet te snel op! Vraag desnoods aan de eerste boer die je belt wie in de buurt waarschijnlijk wél oude stalmest kan leveren.

Bij een deel van de volkstuincomplexen wordt de inkoop en levering van mest overigens centraal geregeld en is er een lijst waarop je aan kunt geven hoeveel mest je graag wilt hebben.

Hoeveel mest is er nodig?

DSC_0716
Kruiwagens vol worden er elk jaar over de tuin verspreid. Het is altijd weer even puzzelen hoeveel kruiwagens op welke landje terecht moeten komen. Dit onderwerp komt in de moestuincursus uitgebreid aan bod.

Het klinkt misschien logisch om de mest eerlijk over de moestuin te verdelen. Bepaalde planten vragen echter meer voeding dan anderen. Kortom, de hoeveelheid mest wordt aangepast aan de soort planten die in de moestuin komen te staan.

De reden dat het handig is om aan het begin van het seizoen een teeltplan te maken, heeft onder andere met de bemesting te maken. Het is verstandig om de groentes per groep een plekje toe te wijzen omdat de verschillende groepen andere mestbehoeftes hebben. De kolen hebben bijvoorbeeld de grootste hoeveelheid mest nodig. De peulgewassen (verschillende soorten bonen) daarentegen vragen amper om voeding. Kortom, het kolenland krijgt de meerderheid van de mest en het bonenland wordt overgeslagen.

Het onderwerp “hoeveel bemesten” komt in de moestuincursus uitgebreid aan bod.

Wanneer bemesten?

IMG_6505
Dit was ooit een mengsel van stro en koeienpoep. Doordat het mengsel goed verteerd is, zijn er geen stroresten meer herkenbaar én stinkt de mest niet meer.

Als je rondkijkt op een volkstuincomplex, zul je zien dat verschillende moestuiniers op verschillende momenten bemesten. Sommige mensen bemesten hun tuin al in het najaar (november, december), terwijl anderen tot het voorjaar wachten (februari of maart).

Om uitspoeling van waardevolle voedingsstoffen te voorkomen, bemesten wij liever in het voorjaar dan in het najaar. Op deze manier komt de voeding bij onze groenten terecht, in plaats van in het slootwater. Maar zoals gezegd verschillen de meningen over het ideale moment van bemesting.

Voorwaarde van in het voorjaar bemesten is wel dat de mest goed verteerd is. Goed verteerde mest is herkenbaar aan een fijne structuur en een kleine hoeveelheid stroresten. Ook stinkt goed verteerde stalmest niet of nauwelijks.