Groeiwijze

IMG_6511De braam (Rubus fruticosus) is een sterk groeiende plant met een enorme neiging tot woekeren. Je hoeft je dus geen zorgen te maken of bramen goed zullen groeien. Het is meer een kwestie van de plant in toom houden om te voorkomen dat je tuin in een bramenjungle verandert.

Snoeien en leiden zijn de sleutelwoorden bij de kweek van bramen. Niet alleen om het woekeren te voorkomen maar ook om een goede en lekkere oogst te realiseren.

Als bramenplanten niet gesnoeid worden, zullen ze binnen de kortste keren een oerwoud vormen dat een groot oppervlak in beslag neemt (denk aan de bramen langs het spoor of in de duinen). Deze struiken leveren vaak kleine bramen op die lastig te bereiken zijn.

Bij bramen ontstaan de vruchten aan de takken die in de vorige zomer en najaar gevormd zijn. De takken die vorig jaar bramen droegen, zullen het komende seizoen dus niet opnieuw bramen ontwikkelen. De truc van een succesvolle braam is dus: oud hout weg en nieuw hout houden. Lees hierover meer onder het kopje verzorging.

De bramen ontwikkelen eerst blaadjes en zullen vervolgens bloeien. De bloei valt over het algemeen in mei en juni, al kan dit per ras variëren. De bloemen zijn afhankelijk van het ras wit tot roze van kleur. De bloemen worden door insecten bestoven en de planten zijn zelfbestuivend. Dit betekent dat het stuifmeel van de plant voor bevruchting kan zorgen, waardoor een struik zelf zorg draagt voor de bevruchting en dus de oogst.

De braam is winterhard dus je hoeft de planten ’s winters niet te beschermen tegen vorst.

Soorten & rassen

Er zijn veel bramenrassen in de handel en een fruitbomenkweker zal je precies kunnen uitleggen wat de voor- en nadelen van de verschillende rassen zijn. De eigenschappen van de verschillende rassen gaan bijvoorbeeld over de mate van groeikracht, de grootte en smaak van de vruchten en de aan- of afwezigheid van doorns.

Zelf hebben we een braam waarvan we niet weten welk ras het is. De struik stond namelijk al in de moestuin op het moment dat we de moestuin huurden. De struik levert een mooie hoeveelheid niet al te grote bessen die vooral ideaal zijn om tot jam te verwerken. Mogelijk planten we binnenkort een tweede soort om het verschil tussen de rassen te kunnen proeven en de oogst wat te kunnen spreiden.

Voorbereiding

Bramen groeien over het algemeen langs een constructie (waarover later meer). Voor je begint met planten, is het dus handig om na te denken over de plek waar je deze constructie kan en mag plaatsen. Bij veel tuinverenigingen zijn er regels over de hoogte van constructies en afscheidingen, mogelijk heb jij hier ook mee te maken.

IMG_4984Maak de grond goed los en vrij van vooral wortelonkruid. Doordat bramen vaste planten zijn, is het verwijderen van wortelonkruid een vervelend klusje als de bramen eenmaal op hun plekje staan. De wortels van het onkruid groeien kriskras tussen de bramenwortels door, wat het een stuk lastiger maakt om de onkruidwortels rigoureus te verwijderen.

Planten

Bramenplanten nemen veel ruimte in beslag. Reken op tenminste 2,5 strekkende meter per plant. Bramen worden over het algemeen langs een constructie geleid. Kortom, ze nemen in de lengterichting veel ruimte in beslag en groeien ook een flink stuk de hoogte in, maar hebben in de breedte relatief weinig ruimte nodig. Dit maakt bramen wat ons betreft bij uitstek geschikt als afscheiding van de tuin.

Kies een ras uit en graaf een flink plantgat. De grond uit het plantgat kan vermengd worden met wat compost en oude stalmest, zodat de planten een voedzame bodem hebben om in te groeien. Bemest zeker niet te veel want dit zal bijdragen aan het woekeren van de bramen.

Zet de planten in het plantgat en zorg er hierbij voor dat de bovenkant van de kluit overeenkomt met het niveau van de tuin. Geef een gieter water en vul het gat vervolgens met aarde, die eventueel vermengd is met compost en/of een kleine hoeveelheid oude stalmest.

Over het bouwen van de constructie waarlangs bramen kunnen groeien, staat hieronder meer geschreven.

Verzorgen

IMG_5811Bramenstruiken kunnen ontzettend woekeren en het is dus aan te raden om ze een beetje in het gareel te houden. Het helpt enorm om een constructie te bouwen waarlangs de takken geleid kunnen worden. Zo kan je de struik naar jouw wens vormen én wordt het oogsten zomers een stuk makkelijker. Een verwilderde braam neemt namelijk veel ruimte in beslag en dat maakt het lastig om de bramen te oogsten.

Onze constructie bestaat uit houten palen waartussen drie dikke (gegalvaniseerde) ijzerdraden zijn gespannen. De drie draden zitten op ongeveer 30 cm afstand van elkaar en vormen de leidraden waarlangs de bramen worden geleid. Met enige kracht buig ik de bramentakken in het voorjaar in de juiste vorm en met stevige touwtjes bindt ik ze vast aan de ijzerdraden.

Hoewel sommige tuiniers hun hoogste draden op circa 2 meter hebben geplaatst, houden wij de constructie vrij laag (ongeveer 1,20 m hoog). Dit omdat we de braam als afscheiding van de tuin gebruiken en de regels van het tuinencomplex voorschrijven dat de afscheidingen niet enorm hoog mogen zijn. Ook met deze hoogte lukt het trouwens prima om de bramen te leiden.

IMG_5934
De eerste mini-braampjes zijn zich aan het ontwikkelen. De takken zijn geleid langs een gegalvaniseerde ijzerdraad.

Langs elke verdieping ijzerdraad lopen zomers bramentakken. Op deze manier kunnen alle takken veel zonlicht opvangen, waardoor de kans op mooie bramen aanzienlijk groter wordt. Want zonlicht is een van de basis-ingrediënten voor dikke, zoete, sappige bramen! De andere ingrediënten zijn overigens water en een zeer bescheiden portie mest. Kortom, elk plantje krijgt ook nog wat oude stalmest en zo nu en dan een gieter water als het echt al een tijd niet heeft geregend.

Na de oogst (zie hieronder) is het slim om de struik te snoeien. Bramen ontwikkelen zich op takken die gedurende de vorige zomer en herfst zijn gegroeid. Deze takken zijn vaak flexibel in tegenstelling tot de oudere takken, die vaak houtig worden. De oudere takken, dus de takken waar vorig moestuinseizoen de bramen aan zaten, kunnen na de oogst dus rigoureus worden weggesnoeid. Zoals gezegd zijn deze takken herkenbaar aan hun houterige uiterlijk: ze zien er verweerd uit en zijn donkerder van kleur dan de nieuwe, jonge takken. Ook zijn aan deze oude takken vaak nog restjes van de bramentrosjes herkenbaar.

Als je de oude takken op deze manier elk jaar zo dicht mogelijk bij de grond wegsnoeit, krijgen de jonge takken voldoende ruimte om zich te ontwikkelen én kan je elk jaar een mooie oogst verwachten zonder dat de planten gaan woekeren.

Naast het leiden en snoeien, bestaat de verzorging uit het aanbrengen van een mulchlaag onder de planten. Dit voorkomt uitdroging van de grond én voorkomt onkruid. Bramenplanten houden namelijk van vochtige grond, net zoals in het bos waar ze gewoonlijk groeien. Bij droogte kan het op droge gronden dus slim zijn om af en toe een gieter water te geven.

Oogsten

De bramen kunnen geoogst worden zodra de vruchten gemakkelijk loslaten van de plant. Zolang de bramen nog stevig vastzitten, is de kans groot dat de vruchten teleurstellend zuur zullen zijn. Voel dus voorzichtig, zonder te knijpen, of de bramen loslaten en laat de vastzittende bramen nog een tijdje hangen.

Bramen zijn tere vruchten dus behandel ze ook na de oogst voorzichtig. Het is beter om een paar kleine bakjes te vullen met bramen dan een grote emmer. In een grote schaal of emmer zullen de onderste bramen namelijk geplet worden door de rest van de bramen. Zonde, tenzij je toch al van plan was om jam te gaan maken.

Bewaren

Bramen zijn maar kort houdbaar: de tere, kwetsbare vruchtjes kunnen het best zo snel mogelijk opgegeten worden. Bramen kunnen wel goed ingevroren worden: heerlijk om een voorraadje in de vriezer te hebben voor de winter. Invriezen is een kwestie van de bramen in een plastic bakje of diepvrieszakje invriezen. Uiteraard eerst schoonmaken als de vruchten vies zijn maar vaak is dat niet het geval.

Ook kan een overvloed aan bramen verwerkt worden tot heerlijke jam. We maken graag wat potjes bramenjam zodat we ook ’s winters ons eigen gekweekte fruit op brood of in de yoghurt kunnen eten.