Makkelijk is het niet, knolselderij zelf telen. Voor de beginnende moestuinier is het waarschijnlijk leuker om te focussen op gewassen die makkelijker zelf te telen zijn. Maar als je nog een plekje over hebt of toe bent aan een nieuwe moestuin-uitdaging, dan is knolselderij een leuk gewas om eens te proberen. Want lekker zijn de zelfgekweekte knollen zeker.

Groeiwijze

Knolselderij ontstaat uit minuscule zaadjes die zeer traag ontkiemen. Uit de zaadjes ontstaan kleine plantjes die eveneens langzaam groeien. De planten vragen relatief veel voedingsstoffen en hoewel knolselderij een wortelgewas is, kunnen de planten wel iets meer mest gebruiken dan de andere gewassen op het landje van de wortelgewassen.

In eerste instantie ontstaat er vooral veel loof maar in de loop van de zomer beginnen de knollen te ontwikkelen. Ook de knollen groeien langzaam en zullen pas in het najaar klaar zijn om geoogst te worden. Kortom, een echt herfstgewas om de lekkerste herfstige gerechten mee te maken.

Soorten & rassen

Er zijn een aantal bekende rassen, wij hebben al jaren het ras Monarch en hebben eerlijk gezegd nooit andere rassen geprobeerd. Waarom kozen we dit ras? Er is eigenlijk maar een reden en dat is dat ik een paar jaar geleden een zakje van dit zaad in een winkeltje zag hangen en dacht: dat lijkt me leuk om te proberen.

Kortom, de boodschap voor moestuiniers die meer te doen hebben dan wikken en wegen tussen de verschillende rassen: impulsief zaden aanschaffen kan prima uitpakken. Een overvloed aan verschillende rassen kan overweldigend zijn maar vaak maakt het niet zoveel uit welk ras je uiteindelijk uitkiest.

Voorbereiding

Het belangrijkste punt bij het zelf kweken van knolselderij is op tijd voorzaaien. Zoals hierboven beschreven, hebben de planten veel tijd nodig om van zaadje tot knol te groeien. Voor de beginnende moestuinier is het waarschijnlijk leuker om een paar plantjes bij het tuincentrum of de plantenkweker te kopen en deze in de grond te zetten.

Mocht je echt graag zelf willen zaaien, begin dan op tijd. Zelf zaaiden wij knolselderij de eerste keer rond half maart en de conclusie aan het einde van het moestuinseizoen was: volgend jaar vroeger voorzaaien. Bij het voorzaaien gebruiken wij potgrond, een rond potje en wat vershoudfolie. Later worden de kleine plantjes uitgeplant (verspeend) in trays zoals op onderstaande foto te zien is.

Misschien is het handiger om direct in trays te zaaien en als wij thuis veel ruimte zouden hebben, zou ik dat zeker doen. Maar bij beperkte ruimte werkt voorzaaien in een klein potje ook prima, al moet je bij het verspenen wel voorzichtig met de kleine plantjes omgaan.

Zaaien & Planten

IMG_5163
Snel groeien is niet aan de orde, de selderijsoorten nemen hun tijd.

De zaadjes ontkiemen graag bovengronds of onder een zeer dun laagje grond. Het zijn namelijk lichtkiemers; ze willen niet al te diep onder de grond worden verstopt want ze hebben licht nodig om uit hun zaadje te kunnen kruipen. Begin uiterlijk half maart met binnen voorzaaien, liever eerder.

Het voorzaaien gaat iets anders dan bij de andere gewassen: strooi de zaadjes in bakjes met natte potgrond zonder er daarna potgrond overheen te verspreiden. Het gevaar van de zaadjes niet toedekken is uitdroging door de droge lucht in de woonkamer. Om uitdroging te voorkomen, heb ik de bakjes op een bord gezet met daarin een klein laagje water. Tenslotte heb ik vershoudfolie over de bakjes gedaan om uitdrogen te voorkomen. Laat de bakjes niet continu in een laagje water staan om vorming van schimmels te voorkomen.

De volgende stap is geduldig afwachten, het kan namelijk weken duren voor de eerste zaadjes tot leven komen.

Verzorgen

In eerste instantie is het een kwestie van afwachten tot de plantjes opkomen. De grond moet vochtig blijven maar ook weer niet kleddernat. Om deze reden doen wij aan “bewateren van onderen“: niet met een gietertje over de grond gieten maar het potje (uiteraard met gaatjes in de bodem) in een schoteltje water zetten. De aarde zal dan voldoende water opzuigen om uitdroging te voorkomen. Verdamping aan de bovenkant wordt voorkomen door het potje af te dekken met vershoudfolie.

Na het verspenen kunnen de plantjes nog wekenlang geleidelijk groeien in de zaaitrays. Ook hier is het een kwestie van water geven en afwachten. Op een gegeven moment, als ze groot genoeg zijn om opnieuw te verplanten, kunnen de plantjes naar hun definitieve plek in de moestuin verplaatst worden. Daar zullen ze verder groeien tot in de loop van de herfst.

In de loop van de zomer kunnen de planten soms wat extra mest gebruiken, bijvoorbeeld in de vorm van compost of koemestkorrels. Let op de kleur van het blad: wordt dit langzaam gelig, dan is er een gebrek aan voeding wat kan worden opgelost door extra bemesting.

Oogsten

Nazomer oogst: knolselderij, pompoen en wortel.

De oogst van knolselderij zal waarschijnlijk op zijn vroegst in oktober vallen, ook afhankelijk van hoe groot je de knollen wilt hebben. Kijk of je de knol groot genoeg vindt en trek ‘m vervolgens uit de grond. Draai of knip het loof er vervolgens meteen af, dit voorkomt dat de knol slap wordt.

Een klein beetje vorst kan geen kwaad maar strenge vorst kunnen de knollen niet hebben. Aangezien het bij ons aan de kust niet zo snel vriest, laten we de knollen zo lang mogelijk in de tuin staan. Als we een knol nodig hebben, halen we ‘m van de tuin. Dat scheelt opbergruimte en de knollen blijven zo lekker vers.

Bewaren

De knollen kunnen als ze droog en vorstvrij bewaard worden, enkele weken goed blijven. Als je maar een deel van de knol gebruikt, kan de rest in blokjes ingevroren worden. Ook kan je het restant gebruiken om toe te voegen aan aardappelpuree, erg lekker!

Zaai- en plantkalender knolselderij

GewasSoortjanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
BMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBME
Knolselderij Voorzaaien binnen Planten vollegrond Oogsten
Zaaien onder glas