Groeiwijze

IMG_5819

De pronkbonen (Phaseolus coccineus) vormen een kleurrijk peulgewas, zowel qua bloemen als qua bonen. De bonen lijken op snijbonen maar zijn wat ruwer en harder.

Net als de meeste bonensoorten, ontkiemen pronkbonen het beste bij warm en droog weer. Pronkbonen zijn vaak echte klimmers. In tegenstelling tot onze haricots verts en veel van de droogbonen die we ooit in de moestuin hebben gehad, zijn pronkbonen stokbonen. Dit betekent dat ze een stok of een andere constructie nodig hebben om langs omhoog te groeien.

Wij bouwen vaak een constructie van bamboestokken waarlangs de stokbonen de hoogte in kunnen groeien. De planten grijpen zich behendig aan de constructie vast en na de grote klim beginnen ze uitbundig te bloeien.

DSC_0969
Een prachtige kleurrijke mix van verschillende pronkbonen.

Doordat we een mix van verschillende pronkbonen zaaien, wordt het geheel nog veel kleurrijker. Verschillende soorten pronkbonen bloeien namelijk in verschillende kleuren. Veel pronkbonen hebben rood-oranje bloemen maar ook witte bloemen komen voor.

De bloemen groeien uit tot indrukwekkend lange peulen. De jonge peul kan als snijboon gegeten worden. Als de peul langer blijft hangen, wordt de schil taai en vezelig maar kunnen de bonen nog wel gegeten worden. De bonen kunnen zowel vers als gedroogd gegeten worden. Als je enkel de bonen (in plaats van de hele peulen) eet, worden pronkbonen ook wel “schreiers” genoemd.

Soorten & Rassen

De pronkboonrassen kunnen worden ingedeeld op kleur. Naast de roodbloeiende rassen komen ook wit- en rosebloeiende rassen voor. De roodbloeiende rassen schijnen sneller vliezig te worden. Voor een kleurrijk geheel kan zoals hierboven beschreven ook voor een mix van verschillende rassen worden gekozen.

Er is ook een pronkbonenras dat niet klimt maar tot de zogenaamde stambonen behoort. Dit is echter wel het buitenbeentje onder de pronkbonen; alle andere pronkbonen zijn stokbonen.

Voorbereiding

Pronkbonen komen op het stuk grond van de peulgewassen te staan. Voor de bonen worden gezaaid, is het handig om zoveel mogelijk onkruid weg te halen.

De bonen kunnen pas na IJsheiligen in de volle grond worden gezaaid. Wacht dus tot ten minste half mei voor je met de zaden aan de slag gaat. Voor die tijd kan je wel alvast materialen bij elkaar zoeken om een constructie van de bouwen. Denk hierbij aan lange bamboestokken of wilgenstokken. De takken moeten vrij lang zijn, een lengte van 3 meter is zeker niet overdreven. Wij maken vaak constructies van 3 of 4 lange bamboestokken die vrij diep in de grond worden gestoken en bovenin samenkomen. Deze vier stokken worden bovenin aan elkaar vastgebonden met stevig touw.

De verschillende constructies worden tenslotte aan elkaar verbonden door een stok die horizontaal verloopt. Deze stok ligt als het ware bovenop de individuele constructies en houdt de boel bij elkaar als het hard gaat waaien. Bij elke stok worden later een tweetal pronkbonen gezaaid.

Voor je je bouwwerk van stokken in de moestuin plaatst, is het slim om nog even na te denken over de standplaats van de pronkbonen. Doordat de planten erg hoog worden en bovendien vrij veel blad maken, kunnen ze veel licht wegnemen van de planten die ten noorden van de pronkbonen staan. Als je de mogelijkheid hebt, kan je de pronkbonen (en alle andere stokbonen) het beste zaaien aan de noordzijde van het stuk grond van de peulgewassen.

IMG_5924Zaaien & Planten

Zoals hierboven al benoemd, kunnen pronkbonen pas vanaf half mei in de volle grond worden gezaaid. Mocht het rond half mei nog koud en nat weer zijn, dan is het raadzaam om nog even af te wachten tot het weer wat bijtrekt. Beter iets later zaaien dan dat de pronkbonen stuk voor stuk in de grond wegrotten.

Als het een paar dagen droog en zonnig weer wordt, kunnen de pronkbonen gezaaid worden. Maak bij elke stok van de eerdergenoemde constructie twee kuiltjes van ongeveer 2 cm diep. Leg in elk kuiltje een pronkboon en bedek deze met grond. Druk de grond stevig aan; op deze manier zal de boon gemakkelijker ontkiemen.

Verzorgen

Je kunt de pronkbonen in het begin een beetje helpen met hun weg naar boven zoeken. De plant wikkelt zichzelf om de stokken heen maar kan in het begin moeite hebben om haar weg omhoog te vinden. Als de planten eenmaal de slag te pakken hebben, groeien ze in rap tempo de hoogte in.

Onder de constructie waarlangs de pronkbonen groeien, kan in het begin wat onkruid groeien. Als je dit de eerste weken consequent weghaalt, zal er later in het seizoen weinig onkruid overblijven. De groeiende pronkbonen nemen namelijk een groot deel van het licht weg.

Water geven is zelden nodig. Bonen kunnen vrij goed tegen droogte en hebben in het begin zelfs een hekel aan teveel water.

Oogsten

IMG_6184

Het oogsten van de pronkbonen komt neer op het plukken of afknippen van de peulen. Zelf gaan we voor plukken. Het tijdstip van oogsten hangt af van hoe je de bonen wilt eten.

De bonen kunnen op verschillende manieren gegeten worden:

  • Als peul: de hele peul kan gegeten worden, zoals bij de snijboon. Hiervoor is het wel nodig om de peul jong te oogsten. Later worden de peulen namelijk draderig en vezelig.
  • Als boon: als de peul langer aan de plant blijft hangen, ontstaan er dikke bonen in de peul. Deze kunnen zowel vers als gedroogd gegeten worden. Helaas verliezen de bonen tijdens het koken wel een groot deel van hun intense kleur.

IMG_6192Bewaren

Pronkbonen kunnen gedroogd lang bewaard blijven. Wij leggen aan het einde van de zomer vaak een paar grote kranten op de vloer van de woonkamer en leggen de peulen daarop te drogen. De peulen moeten niet te dicht op elkaar liggen om rotting te voorkomen.

Zodra de peulen droog zijn, halen we de bonen eruit. De bonen worden nog een tijdje gedroogd en worden vervolgens in een grote pot bewaard. In de loop van de winter kunnen we de bonen dan gebruiken in bonenschotels of gevulde bonensoep.

Zaaikalender pronkboon

GewasSoortjanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
BMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBME
Pronkboon Zaaien vollegrond Oogsten