Groeiwijze

IMG_6535
Aan de hoofdstengel zitten zijtakjes (bladstelen) waarbij aan het uiteinde van de bladsteel aan de rechterkant al een kleine rank herkenbaar is. Hiermee kan de plant zich optrekken en klimmen.

Peulen en erwten behoren tot de familie van de vlinderbloemigen.

Erwten en peulen ontkiemen en groeien prima bij relatief lage temperaturen. Om deze reden kunnen ze al vroeg in het voorjaar in de volle grond worden gezaaid.

Na het zaaien, vormen de planten ondergronds een penwortel met stevige zijwortels. De wortels groeien een aardig stukje de grond in: 80% van de wortels beperkt zich tot de bovenste 20 cm van de bodem, de rest van de wortels groeit dieper de bodem in.

De planten vormen een vrij dunne, holle stengel waarvan de lengte per soort varieert van 50 cm tot wel 2 meter. Aan de stengel ontstaan vervolgens zijtakjes (bladstelen) en in de bladoksel wordt een bloemsteel gevormd met 1 of 2 bloemen. Aan elke bladsteel zitten 2 tot 3 paren blaadjes en de bladsteel eindigt vaak in een rank. Hiermee kunnen de planten zich vastklampen en optrekken aan structuren in de buurt, zoals een (bamboe)hekje, betonijzer of andere planten. Op deze manier kunnen de planten klimmen.

IMG_5633
Vanuit de bloemen ontstaan de peulen. Meestal zijn de eerste peultjes al vrij vroeg in het moestuinseizoen klaar om geoogst te worden.

De bloemen worden bevrucht door middel van zelfbestuiving. Na de bevruchting ontstaan vanuit de bloemen kleine peultjes die vrij snel uitgroeien tot volwaardige peulen. De grootte van de peul hangt grotendeels af van het ras.

In samenwerking (symbiose) met bepaalde bacteriën worden ter plaatse van de wortels stikstofknolletjes gevormd. Deze bolletjes voegen voedingsstoffen toe aan de bodem en zorgen er op deze manier voor dat peultjes en erwten eigenlijk geen bemesting nodig hebben. Ze zorgen tenslotte voor hun eigen voedingsstoffen.

IMG_6475
Het voorzaaien gaat goed in zaaitrays. Laat de plantjes hier niet te lang in staan want de penwortel groeit in het begin sneller dan het plantje zelf. Dit kan het lastig maken om de plantjes netjes uit hun bakjes te krijgen.

Soorten & rassen

Net als de meeste bonen worden erwten en peulen ingedeeld op basis van hoe hoog ze worden. Soorten die laag blijven, heten stampeulen en stamerwten. Hoge soorten krijgen het woordje “rijs-” voor hun naam, dus rijserwt of rijspeul. Dit is net iets anders dan bij bonen; hoge bonensoorten heten namelijk stokbonen.

Stamerwten en stampeulen blijven een stuk lager dan de hoge varianten. Officieel hebben ze geen steun nodig maar toch kan het de moeite zijn om de planten te ondersteunen met wat gaas. Dit voorkomt dat de toch relatief slungelige planten ombuigen.

Zelf hebben we het liefst rijssoorten in onze moestuin. Ze nemen namelijk minder ruimte in beslag én je kunt ze staand plukken. Ook vormt een haag van peulen en/of erwten een kleurrijk windscherm in de moestuin.

Doperwten worden verder onderverdeeld in:

  • Rondzadige soorten: vrij grote doperwten die meliger en minder zoet zijn. Ze zijn geschikt om te drogen en lang te bewaren. Ze kunnen extra vroeg gezaaid worden en kunnen erg goed tegen lage temperaturen en vorst.
  • Gekreuktzadige soorten: zoetere doperwten die bij uitstek geschikt zijn om vers te eten. Ze worden later gezaaid dan de rondzadige soorten maar kunnen ook prima tegen lage temperaturen en zelfs vorst.

Voorbereiding

Voorzaaien is niet nodig, de zaden komen namelijk ook bij vrij lage temperaturen op. De meest makkelijke manier is dus zaaien in de volle grond. Zelf vinden we het wel leuk om de erwten en peulen thuis voor te zaaien. De plantjes komen namelijk snel op en het is erg leuk om ze zo snel te zien groeien.

Als je direct in de volle grond zaait, begin je met het losmaken van de grond. Peultjes en erwten zijn niet zo veeleisend: ze groeien eigenlijk prima op elke grondsoort. Het enige waar de plantjes een hekel aan hebben, is te natte grond. In erg natte grond kunnen de planten namelijk niet goed wortelen. Maak de grond dus goed los en zorg voor een goede afvoer van overvloedig water.

De grond heeft geen dierlijke bemesting nodig. Wat compost over de aarde verspreiden kan geen kwaad maar wat betreft voedingsstoffen kunnen de planten goed voor zichzelf zorgen.

Zaaien & Planten

IMG_6525
De plantjes worden in een rechte lijn gezaaid of geplant. Dit maakt het opbouwen van een steunconstructie een stuk eenvoudiger. Hier staat enkel nog een constructie van bamboestokken om de vogels uit de buurt te houden, de steunconstructie volgt later. De steunconstructie kan ook tegelijkertijd met het zaaien of planten worden neergezet.

Peultjes en erwten kunnen rond maart worden voorgezaaid. Net als bij de tuinbonen krijgt elk zaadje haar eigen bakje waarin ze wordt voorgezaaid. Onder een dekentje van maximaal 1 centimeter potgrond en met hun bakjes in een klein laagje water, komen de eerste plantjes binnen enkele dagen een kijkje boven de grond nemen. Ze ontvouwen hun eerste blaadjes en kunnen vrij kort daarna verhuisd worden naar de tuin.

Dit uitplanten kan je het best doen nadat de planten eerst een paar dagen buiten aan de kou hebben kunnen wennen. In andere woorden: afharden. Je kunt de tray met jonge plantjes bijvoorbeeld overdag buiten zetten en ’s nachts weer naar binnen halen. Zo hebben de planten even de tijd om zich aan te passen aan de lage temperaturen van het voorjaar.

De peultjes moeten sowieso niet te lang binnen blijven staan; in warme ruimtes worden het al snel slungelige slapjanussen die gemakkelijk afbreken of ombuigen (net als veel andere plantjes trouwens). In een koele maar lichte ruimte, zoals een slaapkamer of een lichte schuur, groeien ze wél uit tot stevige plantjes.

Als je direct in de volle grond zaait, is het handig om de zaadjes op een recht lijntje te zaaien. Dit maakt het straks een stuk makkelijker om een steunconstructie te bouwen waarlangs de plantjes kunnen klimmen. Je kunt ook eerst de constructie bouwen en daarlangs zaaien.

Verzorgen

Duiven eten graag een hapje mee van jonge erwten en peultjes. Vooral als ze jonge duifjes hebben, kunnen ze verschrikkelijk tekeer gaan in de moestuin. Om te voorkomen dat je mooie plantjes worden opgegeten, is het slim om ze te beschermen met gaas of een constructie van stokjes en takken. Als de planten eenmaal goed op gang zijn en flink aan het groeien zijn (vanaf 30 cm hoogte), kan het beschermingsmateriaal worden weggehaald. De planten zijn nu namelijk veel minder in trek bij vogels.

IMG_4973
Bij een constructie van (bamboe)stokken geven we de jonge plantjes eerst wat extra steun met behulp van kleine, dunne takjes. Als de planten eenmaal op gang zijn, trekken ze zich alsnog op langs de dikkere stokken. Ook gebruiken ze elkaar om verder de hoogte in te groeien.

Peulen en erwten zijn echte klimmers en hebben een steunconstructie in de vorm van een net of een hekwerk nodig om langs te groeien. Het maakt niet zoveel uit waar dit hekwerk uit bestaat, als de plantjes maar voldoende groeimogelijkheden krijgen. Zelf hebben we wel eens een hekwerk gemaakt van (relatief dunne) bamboestokken. Ook hebben we in het verleden een constructie gemaakt van stokken en gaas. Dit jaar gebruiken we een restje betonijzer dat is overgebleven van een verbouwing.

De ranken kunnen zich niet om dikke stokken heen wikkelen dus gebruik bij voorkeur dunne stokken en zet er eventueel dunnere stokjes of gaas bij om de jonge planten wat extra houvast te geven.

Hoewel we er zelf weinig last van hebben, schijnt het dat ook de peulen en doperwten zelf erg in trek zijn bij vogels. Als er dus aan je planten wordt gesnoept, loont het de moeite om de planten opnieuw te beschermen met bijvoorbeeld gaas.

Oogsten

IMG_5781
De meeste peultjes bloeien wit maar de afgelopen jaren telen wij een soort met mooie paarse bloemetjes. Het oog wil ook wat!

Peultjes en erwten zijn eigenwijze plantjes. Wekenlang groeien ze alleen maar de hoogte in en plotseling, zonder enige aankondiging, staan ze in bloei. Een tijdje lijken ze alleen maar te bloeien, zonder dat er peultjes verschijnen maar voor je het weet sta je opnieuw voor een verrassing en hangen de planten ineens vol met prachtige groene peultjes.

Het oogsten is een kwestie van de peultjes een voor een plukken zonder daarbij de plant kapot te trekken. Soms kan het flink zoeken zijn tussen de groene blaadjes, de peultjes verstoppen zich regelmatig tussen de takjes en blaadjes van de plant. Bij peultjes is het devies: jong oogsten! Dit voorkomt dat de peultjes draderig worden.

Doordat de peulen snel groeien, kan je vaak wel 3 keer per week een klein maaltje plukken. Hoe meer je plukt, hoe meer de plant zal gaan bloeien. Kortom, vaker plukken leidt tot meer peultjes!

Bij (dop)erwten is het daarentegen een kwestie van lang genoeg afwachten tot de erwten groot en dik genoeg zijn én je een fatsoenlijk maaltje bij elkaar kunt plukken. Het doppen van de erwten is namelijk een tijdrovend klusje dus dan maar liever meteen een hele maaltijd in een keer. Als je enkel de erwten eet, maakt het ook niks uit hoe draderig hun verpakking wordt.

IMG_5797
Peultjes zijn jong het lekkerst: ze zijn dan knapperig en nog niet draderig. In het zonlicht zie je mooi de kleine zaadjes in de peultjes zitten.

Na een paar weken oogsten, zijn de planten aan hun einde. De peulen die er nog hangen zijn taai en draderig en de plant zelf wordt langzaam dor en geel. Hoewel de planten erg dor en droog lijken, heeft dit niks met droogte te maken. Elk jaar gebeurt het namelijk weer, of het nou droog of nat weer is geweest. Het is een teken dat de planten aan hun einde zijn. Wekenlang hebben ze peultjes gegeven en nu zijn ze er wel klaar mee. De blaadjes verdorren en ook de takjes worden droog. Dit is het moment om de planten op te ruimen.

Opruimen is niets anders dan de planten net boven de grond afknippen en naar de composthoop brengen. Het werd hierboven al even genoemd: net als bonen hebben peulen en erwten kleine knolletjes aan hun wortels die stikstof uit de lucht binden. Kortom, het is slim om na de oogst de stengels van de planten net boven de grond af te knippen en de wortels in de grond te laten zitten. Zo blijft de stikstof in de bodem en kan het worden gebruikt door de planten die later op het plekje van de peulen of erwten komen te staan.

Na de laatste oogst en het opruimen van de planten kan ook de steunconstructie (waarlangs de planten gegroeid hebben) worden opgeruimd. Het steunmateriaal kan bewaard worden om volgend jaar weer opgebouwd te worden voor een nieuwe generatie peultjes en/of erwten.

Bewaren

Peultjes kunnen een overweldigende oogst geven; het komt regelmatig voor dat we schalen vol peultjes oogsten. Het is niet bij te houden, zo snel groeien de mooie paarse bloemetjes uit tot knapperige peultjes. Hoewel peultjes vers het lekkerst zijn, kan je ook een deel van de oogst invriezen.

IMG_5818Dit doen we zelf door de puntjes van de peultjes af te knippen en ze vervolgens een minuut te blancheren in koud water. Na het blancheren, spoelen we de peultjes direct af met koud water en dompelen we ze nog even in een dompelbad van ijskoud water. In plastic vriezerbakjes en diepvrieszakjes kunnen ze nog een paar maanden bewaard worden, al wordt de smaak wel een stuk minder dan van verse peultjes.

(Dop)erwten zijn vers ook het lekkerst en vooral véél lekkerder dan doperwten uit een potje. Doordat je flink wat doperwten moet oogsten voor je een maaltje bij elkaar hebt, zal het veel minder snel voorkomen dat je een lading doperwten wilt invriezen. Mocht je toch een overschot hebben, dan kunnen ook doperwten goed ingevroren worden.

Zaai- en plantkalender doperwt

GewasSoortjanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
BMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBME
Doperwt Zaaien onder glas Zaaien vollegrond Oogsten
Planten vollegrond
Peul Zaaien onder glas Zaaien vollegrond Oogsten
Planten vollegrond