De oogst van eerste aardappels is elk jaar weer een feestje in de moestuin. Het is zó leuk om na maanden wachten mooie aardappeltjes van eigen kweek te kunnen opgraven en ze vervolgens lekker op te eten. De veelzijdige knollen kunnen op talloze manieren verwerkt worden tot de heerlijkste maaltijden. Kortom, als je het mij vraagt is het de moeite waard om in elke moestuin ten minste een klein plekje vrij te maken voor een paar aardappelplanten. Als is het maar om één maaltje aardappels van eigen kweek te kunnen eten.

Soorten & rassen

Er zijn talloze aardappelrassen beschikbaar dus je kunt leuk afwisselen.
Er zijn talloze aardappelrassen beschikbaar dus je kunt leuk afwisselen.

Net als bij veel andere groenten zijn er ook van aardappels talloze rassen beschikbaar. De rassen worden vaak onderverdeeld aan de hand van wanneer ze klaar zijn om geoogst te worden.

De vroege rassen hebben een relatief korte groeiperiode van maximaal 100 dagen en zijn als eerste van de aardappels klaar om geoogst te worden. Bekende vroege rassen zijn bijvoorbeeld Doré en Frieslanders. Vervolgens zijn er middelvroege rassen. Dit zijn aardappels die iets later worden gepoot (lees verder voor meer informatie over aardappels poten) en dus ook iets later klaar zijn dan de vroege rassen. Tenslotte zijn er late rassen. Dit zijn aardappels die langer de tijd nodig hebben om uit te groeien tot volwaardige nieuwe piepers. De groei neemt tenminste 150 dagen in beslag. Na zo’n lange tijd geduld is het voordeel dat de geoogste piepers vaak tot in het volgende voorjaar houdbaar zijn.

Voorbeelden van de verschillende rassen:

  • Vroege rassen: Doré, Eersteling, Frieslander, Gloria.
  • Halfvroeg: Bintje, Santé, Eigenheimer.
  • Halflaat tot laat: Agria, Nicola, Desiree, Texla

Het nadeel van late rassen is dat de planten vaak last krijgen van aardappelziektes. Deze ziektes, waarvan Phytophthora de meest bekende en beruchte is, treden vaak in de loop van de zomer op. Vroege rassen, die in het begin van de zomer al geoogst kunnen worden, krijgen dus vaak niet eens de kans om slachtoffer te worden van de beruchte aardappelziektes. Dit is een goede reden om als (beginnende) moestuinier voor een paar lekkere vroege en/of middelvroege rassen te kiezen. Geen gedoe met ziektes en teleurstellingen, wél een vroege oogst.

Zelf vind ik het leuk om verschillende rassen te proberen. Bijvoorbeeld de kleine Franse Ratte d’Ardeche aardappeltjes die door chefkoks de hemel in worden geprezen of de prachtig roze Roseval aardappeltjes voor in de oven. Voor de gein heb ik ook wel eens een uitgelopen aardappel uit onze eigen voorraadkast gepoot, ook dat ging prima. Er zijn verschillende webshops waar pootaardappels besteld kunnen worden, er is voor elk wat wils!

Groeiwijze

Als je een aardappelplant uit de grond trekt, zie je dat de knolletjes ontstaan aan ondergrondse uitlopers van de plant.
Als je een aardappelplant uit de grond trekt, zie je dat de knolletjes ontstaan aan ondergrondse uitlopers van de plant.

Aardappels hebben zo hun eigen terminologie, waardoor je als beginnende moestuinier misschien het gevoel krijgt dat aardappels telen rocket science is. Niets is minder waar.

Aardappels worden over het algemeen niet gezaaid maar gepoot. Aardappels kunnen strikt genomen ook gezaaid worden maar voor de beginnende moestuinier is het zeker niet de moeite waard om met aardappelzaadjes aan de slag te gaan. Mensen die zich bezighouden met het veredelen (ontwikkelen) van nieuwe aardappelrassen, zaaien wel aardappels. Boeren die op grote schaal aardappels verbouwen, gebruiken echter alleen pootaardappels. Kortom, ga voor de pootaardappels!

IMG_5634
De bloemetjes van de aardapppelplant kunnen wit maar ook roze of paars zijn, afhankelijk van het ras.

De pootaardappels (waarover later meer) worden in de grond gestopt en bedekt met een laagje aarde. Aan de aardappeltjes ontstaan uitlopertjes die de aarde doorworstelen op zoek naar het zonlicht. Deze uitlopers groeien uit tot een plant die boven de grond soms wel een meter hoog kan worden. Deze plant is niet eetbaar. Aan de plant ontstaan in de loop van het seizoen bloemetjes en soms ook zaadbolletjes die overigens ook niet eetbaar zijn.

Ondergronds ontstaan er ondertussen allemaal “zijtakjes” waaraan nieuwe babyaardappeltjes groeien. Na ten minste 100 dagen zijn de nieuwe aardappels klaar om geoogst en dus gegeten te worden.

Voorbereiding

De pootaardappels ontkiemen in een kistje. Zodra de kiemen iets uitgelopen zijn, worden de aardappeltjes in de moestuin gepoot.
De pootaardappels ontkiemen in een kistje. Zodra de kiemen iets uitgelopen zijn, worden de aardappeltjes in de moestuin gepoot.

Nadat je aardappelrassen hebt uitgezocht is het zaak om uit te rekenen hoeveel pootaardappeltjes je nodig hebt. Pootaardappels zijn er in verschillende soorten en maten. De gemiddelde maat is 28 tot 35 millimeter. Een kilo van dit soort pootgoed komt gemiddeld neer op 40 pootaardappels. Dit is genoeg om ongeveer 7 tot 8 vierkante meter mee vol te planten. Je merkt het al: aardappels nemen veel ruimte in beslag in de moestuin.

Zodra je pootaardappeltjes hebt gekocht, kan het echte werk beginnen. De eerste stap in het kweken van aardappels is het voorkiemen. Meestal beginnen wij hier rond half maart mee.

Eerst maar een lesje aardappeltaal: aardappels worden, zoals hierboven beschreven, over het algemeen gepoot. Voor ik de aardappels poot, kies ik ervoor om de knollen een groeivoorsprong te geven door ze te laten voorkiemen. Het voorkiemen is niets anders dan wat er gebeurt met aardappels die je ergens hebt opgeborgen en vervolgens bent vergeten: na verloop van tijd ontstaan er uitlopers aan de aardappels. Bij vergeten aardappels baal ik van de uitlopers, bij voorkiemen is het juist de bedoeling dat er uitlopers ontstaan.

Het ontkiemen van de aardappels: aan elke knol ontstaan meerdere uitlopers.
Het ontkiemen van de aardappels: aan elke knol ontstaan meerdere uitlopers.

Voorkiemen

Om het voorkiemen optimaal te laten verlopen, bekijk ik de aardappel eerst goed: bij veel aardappels is aan één van de korte kanten een navel (deukje) herkenbaar. In een doosje of kistje zet ik de aardappels knus tegen elkaar aan met de navel steeds naar beneden. Als ik de navel niet kan vinden, zet ik de aardappel op een willekeurige manier in het doosje. Er ontstaan altijd kiemen aan de pootaardappeltjes dus maak je vooral niet te druk over het vinden van de navel.

Het kistje aardappels komt op een koele plek met diffuus licht te staan. Niet in het zonlicht, dus de vensterbank is minder geschikt, maar wel in een lichte ruimte. Wij lieten de pootaardappeltjes altijd op de vloer van de slaapkamer voorkiemen: het is daar lekker fris en licht maar de zon kon de aardappeltjes niet bereiken op de plek waar ze elk jaar stonden. Sinds we vloerverwarming in de slaapkamer hebben, laten we de aardappels in ons schuurtje ontkiemen. Ook daar is de hoeveelheid licht en de temperatuur geschikt om aardappels te laten voorkiemen.

Vervolgens is het een kwestie van afwachten tot er uit de ogen (de puntjes die je altijd uit de aardappel snijdt bij het schillen) van de aardappel uitlopers verschijnen. Kiemen is een ander woord voor uitlopen, dus voorkiemen is niets anders dan het verschijnen van uitlopers voor je de pootaardappeltjes in de grond zet. Na een maand zijn er vaak meerdere kleine uitlopertjes ontstaan. Tijd om de aardappels naar de moestuin te brengen!

Poten

Vroege aardappels kunnen vanaf half maart gepoot worden maar meestal beginnen wij een maandje later. Vanaf half maart laten we de pootaardappels voorkiemen en rond half april brengen we de pootaardappeltjes naar de moestuin. De reden om iets later te beginnen, is dat vorst roet in het eten kan gooien als je de aardappels vroeg poot. Zodra de eerste blaadjes boven de grond uitkomen en het gaat nog een nacht flink vriezen, is de kans groot dat de bladeren afsterven. Als je een kas hebt, kan je natuurlijk wel mooi op tijd beginnen met poten. Ook kan het helpen om de aardappels met vliesdoek tegen de ergste kou te beschermen. Late rassen worden tussen begin april en half mei gepoot, het liefst zo vroeg mogelijk om de kans op aardappelziekte zo klein mogelijk te houden.

In eerste instantie komt er een klein plantje boven de grond kijken. Deze groeit in de loop van het jaar uit tot een plant die wel een meter hoog kan worden.
In eerste instantie komt er een klein plantje boven de grond kijken. Deze planten groeien in de loop van het jaar uit tot planten die wel een meter hoog kunnen worden.

Het poten van de voorgekiemde aardappels houdt in dat het pootgoed (de mini-aardappeltjes) in de grond wordt gestopt en er een rug (bergje) aarde bovenop wordt gelegd. Het mini-aardappeltje ontkiemt verder: er ontstaan nog meer uitlopers en de al bestaande uitlopers groeien uit tot een plant. Aan een soort ondergrondse zijtakjes van deze plant ontstaan de nieuwe baby-aardappels. De oorspronkelijke pootaardappel waaruit de plant is ontstaan, heet nu de moederknol. In de loop van de zomer groeien de baby-aardappeltjes uit tot volwassen knollen en verrot de moederknol.

Pootafstand

Maar voor het zover is, moeten de pootaardappeltjes eerst de grond in en maandenlang groeien. Aardappels worden meestal in rijen gepoot. De afstand binnen de rij is 30 tot 40 cm, dus ongeveer 3 aardappels per strekkende meter. De afstand tussen de verschillende rijen is ongeveer 75 cm, maar dit kan per ras verschillen. De aanbevolen afstanden staan meestal wel op de verpakking van de pootaardappeltjes.

Meestal begin ik met het saaie werk: de grond onkruidvrij (nou ja, onkruid-arm is misschien een beter woord) en los maken, zodat de grond straks gemakkelijk tot een rug kan worden geharkt of geschept. Op mooie rechte rijen maak ik om de 30 cm een kuiltje van enkele centimeters diep. De pootaardappels zet ik vervolgens in deze kuiltjes, elk aardappeltje met haar uitlopers naar boven gericht. Op dat moment is de grond nog vlak, het ruggen maken komt straks pas. Daarna druk ik elk aardappeltje stevig in de grond zodat de aardappeltjes snel wortels gaan maken. Met behulp van een hark of schop, maak ik tenslotte een rug van ongeveer 20 cm aarde bovenop de rij aardappels.

Verzorgen

Zo nu en dan aanaarden van de ruggen voorkomt dat er aardappeltjes bloot komen te liggen.
Zo nu en dan aanaarden van de ruggen voorkomt dat er aardappeltjes bloot komen te liggen.

Na het poten van de aardappeltjes, zullen de eerste blaadjes binnen enkele weken boven de grond komen. In de loop van het seizoen is het belangrijk om op te letten of de ruggen nog wel groot genoeg zijn. Bij een flinke regenbui kan er grond van de rug afspoelen waardoor er mogelijk aardappeltjes bloot komen te liggen. Nieuw gegroeide aardappels die boven de grond komen te liggen, worden groen en oneetbaar. Het kan dus nodig zijn om de ruggen in de loop der tijd iets te versterken, of aan te aarden, door wat grond tussen de rijen uit te halen en weer aan de rug toe te voegen.

Wat absoluut niet noodzakelijk maar wel leuk is, is af en toe spieken hoe de aardappeltjes groeien. Net als bij veel andere moestuinders, wint de nieuwsgierigheid het vaak van het geduld. Gretig graven we de net gepote aardappels na een weekje al op, om te kijken of ze mooi aan het ontkiemen zijn. Daarna natuurlijk gauw weer toestoppen onder een dekentje van aarde. In de loop van het seizoen moet je dit spieken steeds voorzichtiger aanpakken. Het is namelijk niet de bedoeling dat je de ondergrondse zijtakjes van de aardappelplant afbreekt; op die manier kan het kleine babyaardappeltje dat aan het zijtakje vastzit niet verder groeien. Zonde van je toekomstige oogst!

IMG_5442Gieten & onkruid

Bij droogte kan het nodig zijn om water te geven. Zelf ben ik een beetje lui wat dat betreft maar als het echt wekenlang niet regent, pak zelfs ik de gieter erbij. Per vierkante meter een flinke gieter water en dan kunnen de piepers weer even vooruit!

Onkruid wieden zal alleen in het begin van het seizoen nodig zijn. Zodra de planten groot genoeg zijn, zullen ze weinig licht meer doorlaten. Hierdoor krijgt onkruid weinig kans.

Oogsten

Frieslanders: vroeg klaar om geoogst te worden en bovendien erg lekker.
Frieslanders: vroeg klaar om geoogst te worden en bovendien erg lekker.

Het moment van oogsten bepalen

Vroege aardappels kunnen gemiddeld 100 dagen na het poten geoogst worden. Maar je hoeft niet per se de dagen af te tellen, je kunt ook gewoon op het loof letten. Zodra het loof begint af te sterven, zullen de aardappels niet meer verder groeien en kunnen de piepers geoogst worden.

Tijd om de aardappels te rooien, moestuintaal voor knollen uit de grond halen. Je hoeft niet alle aardappels tegelijk uit de grond te halen, je kunt prima naar behoefte oogsten. Je kunt de aardappels ook in de grond laten zitten, ondergronds blijven ze namelijk best goed. In dat geval is het een kwestie van het loof verwijderen en maaltje voor maaltje de piepers uit de grond halen. Aardappels opslaan en bewaren is meer werk dan de knollen gewoon nog een tijdje onder de grond laten zitten dus zo gek is het niet om de piepers lekker onder de grond te laten zitten.

Het aardappels oogsten zelf

Maargoed, het oogsten zelf: neem een spitvork en steek deze diep onder de aardappelplant, op enige afstand van de plant om te voorkomen dat je je piepers meteen aan je spitvork rijgt. Trek met een hand voorzichtig de plant omhoog terwijl je tegelijkertijd met de spitvork de aarde omhoog wipt. De prachtig verse piepers komen nu een voor een tevoorschijn! Zoek de grond goed door naar achtergebleven knollen.

De aardappels (links Ratte d'Ardeche en rechts Roseval) liggen te drogen voor ze mee naar huis gaan.
De aardappels (links Ratte d’Ardeche en rechts Roseval) liggen te drogen voor ze mee naar huis gaan.

Let op dat je ook de kleine aardappeltjes meeneemt, anders zullen ze volgend jaar als onkruid opkomen. Aardappelopslag heet dit fenomeen. De kleine aardappeltjes die in de grond blijven zitten, overleven de winter en komen het volgende voorjaar weer op maar dan op een plek waar je ze juist niet wilt hebben. Opeens worden de plantjes dan als onkruid beschouwd in plaats van als waardevolle aardappelplanten. Deze verdwaalde aardappels kan je natuurlijk gewoon uit de grond trekken maar de beste methode is voorkomen dat er aardappelopslag optreedt door na de oogst zorgvuldig de overgebleven aardappeltjes uit de grond te halen.

Oogst de aardappels bij voorkeur met droog weer. Op deze manier kunnen de piepers op de grond blijven liggen tot ze mooi droog zijn. Op een zonnige dag kan dit na een paar uur al het geval zijn, ook afhankelijk van het type grond. Het droog opslaan van je aardappeloogst voorkomt dat de aardappels gaan rotten.

De vers geoogste aardappeltjes kunnen geschrapt worden in plaats van geschild want als een aardappel net uit de grond komt, zit zijn velletje nog lekker los. Smullen!

Bewaren

De aardappels kunnen het best droog, koel en donker worden opgeslagen. Zo blijven ze het langst goed.
Eenmaal thuis kunnen de aardappels het best droog, koel en donker worden opgeslagen. Zo blijven ze het langst goed.

Als je het loof van de aardappels weghaalt zodra de knollen groot genoeg zijn, dan kan je de aardappels prima een tijdje in de grond laten zitten. Komt er nachtvorst aan of snoepen er stiekem muizen of andere dieren aan je knollen, haal de aardappels dan uit de grond.

Thuis blijven aardappels het langst goed als ze droog, koel en donker worden opgeslagen. Scheid allereerst de beschadigde en aangegeten aardappels van de mooie, onbeschadigde aardappels. Beschadigde piepers bederven sneller dan gave, intacte aardappels dus van de beschadigde knollen maak ik een flinke pan aardappelpuree om in porties in te vriezen. Zo hebben we doordeweeks snel een makkelijke hap op tafel en kunnen de we overige aardappels bewaren voor in het weekend.

Pootkalender aardappels

GewasSoortjanfebmrtaprmeijunjulaugsepoktnovdec
BMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBMEBME
AardappelVroeg Planten vollegrond Oogsten
Middelvroeg Planten vollegrond Oogsten
Middellaat Planten vollegrond Oogsten
Laat Planten vollegrond Oogsten