Het is verstandig om wat algemene informatie over zaaien door te nemen voor je de eerste zaadjes in de grond stopt. Sommige zaadjes zijn erg vergevingsgezind en komen altijd op. De meeste zaden stellen echter eisen aan hun omgeving. De hoeveelheid vocht, licht en de temperatuur kunnen van grote invloed zijn op het ontkiemen. Sommige zaadjes zijn zelfs voor ervaren moestuiniers moeilijk tot leven te wekken.

In de natuur moeten planten nauwkeurig uitkienen wanneer de tijd rijp is om te ontkiemen, te groeien en te bloeien. Zo is het voor vele bolsoorten die al vroeg in het voorjaar opkomen en bloeien (zoals hyacinten en narcissen) belangrijk om niet te vroeg te ontkiemen. Als er namelijk toch nog strenge vorst komt, zullen de bloeiende plantjes doodvriezen. Kortom, zaadjes, bollen en eigenlijk alle planten houden hun omgeving goed in de gaten. Zo kunnen ze de timing van ontkiemen, bloeien en groeien afstemmen op de omstandigheden. In andere woorden: zaden ontkiemen als de condities goed zijn, dus wanneer de plant optimaal kan groeien.

In het algemeen zijn de eenjarige planten wat minder veeleisend dan de rest van de planten. Eenjarige planten hebben tenslotte maar een seizoen de kans om te ontkiemen, uit te groeien tot een mooie plant, uitbundig te bloeien en zich voort te planten. Als de zaadjes dan al niet ontkiemen, komt het nooit tot voortplanten en zal de soort gemakkelijk uitsterven. Vaste planten, daarentegen, hebben veel langer de tijd om voor nageslacht te zorgen. Daardoor kunnen ze ook meer eisen aan hun omgeving stellen.

het zaaien van jonge plantjes

Soorten kiemers

De meeste zaden ontkiemen het liefst in het donker; dit zijn de donkerkiemers. De zaden worden bedekt met een laagje aarde, bijvoorbeeld potgrond. Als deze aarde vochtig genoeg is en de temperatuur ook gunstig is, zullen de zaden ontkiemen.

Een ander deel van de zaden ontkiemt juist graag bij licht, de zogenaamde lichtkiemers. Deze zaadjes kan je na het zaaien met een heel dun laagje zand bedekken. Op deze manier kan het licht de zaadjes alsnog bereiken. Je kunt er ook voor kiezen om de zaadjes niet toe te dekken met zand maar dan ligt uitdroging nog meer op de loer. Zelf bedek ik de zaden niet met zand of aarde. Om uitdroging te voorkomen, breng ik wel een laagje vershoudfolie over het voorzaaibakje aan. Vervolgens zet ik het voorzaaibakje in een diep bord met daarin een laagje water. Zo kan de (pot)grond voldoende water opzuigen om nat genoeg te blijven voor een succesvolle ontkieming.

Koudekiemers zijn zaden die pas ontkiemen als ze een koudeperiode hebben doorgemaakt. In andere woorden: als je deze zaden binnenshuis zaait, zullen ze niet of nauwelijks opkomen bij een gebrek aan lage temperaturen. Deze zaden komen pas op na een periode met lage temperaturen, regen of zelfs sneeuw. In het daarop volgende voorjaar ontkiemen de zaadjes zodra de temperaturen weer beginnen op te lopen. Je kunt deze zaden voor de gek houden door ze een paar weken in de koelkast te leggen, eventueel op nat papier in een plastic zakje. Minder omslachtig is het zaaien in het najaar, dan krijgen de zaadjes een natuurlijke koudeperiode.

Hoe diep zaaien?

Over het algemeen is de regel: zaai een zaadje niet dieper dan twee keer haar eigen grootte. Een zaadje van 1 mm groot moet dus met een laagje aarde van maximaal 2 mm worden bedekt. Je kunt je wel voorstellen dat uit grote zaden, zoals bonen en pompoenen, al gauw een vrij groot plantje kan groeien dat genoeg kracht in zich heeft om zich door een paar centimeter aarde door te worstelen. Tegelijkertijd is het logisch dat het plantje dat uit een zaadje van 1 mm ontstaat, minder gemakkelijk enkele centimeter omhoog zal kunnen groeien met de energie die in het minuscule zaadje zat opgeslagen.

Hoeveel zaaien?

Zaai nooit het hele zakje tegelijk. Hoewel de inhoud van een zakje soms teleurstellend weinig kan lijken, zitten er toch vaak meer zaadjes in dan je denkt. Probeer de zaadjes maar eens te tellen, vaak zijn het er meer dan je had verwacht. Een voordeel van gespreid zaaien, dus bijvoorbeeld in drie verschillende rondes zaaien in plaats van alles in een keer, is dat het niet erg is als er iets mislukt.

Als je in de eerste ronde teveel water geeft waardoor de zaden gaan rotten en niet ontkiemen, heb je nog zaad over om het nogmaals te proberen. Vaak heb je in de eerste ronde geleerd wat werkt en wat niet werkt en kan je het geleerde in de volgende rondes toepassen.

Een tweede voordeel van gespreid zaaien is dat de oogst ook gespreid zal zijn. Als je in een keer vijftig slaplantjes zaait, zit je een paar maanden later met 50 kroppen sla die tegelijkertijd klaar zijn. Het is voor elke moestuinier waarschijnlijk prettiger om in de loop van het seizoen elke week een kropje sla te kunnen oogsten dan in een keer een hele grote hoeveelheid.

Wanneer zaaien?

De ideale tijd om te zaaien, verschilt per soort. Radijsjes kunnen vroeg in het voorjaar al worden gezaaid, terwijl bonen pas vanaf half mei gezaaid worden. Elk gewas heeft een tijdsinterval waarin het gezaaid kan worden. Dit interval, bijvoorbeeld april t/m juni, staat beschreven op de verpakking van de zaadjes. Op de verpakking staat trouwens ook op welke afstand de plantjes gezaaid moeten worden en op welke diepte. Ook kan je een zaaikalender raadplegen als je wilt weten wanneer bepaalde zaden gezaaid kunnen worden.