Vorige week mopperde ik over vraat in de tuin, deze week zie ik alles al een stuk rooskleuriger. Je zult het als tuinier wel herkennen: sommige dagen vraag je je af of er nog iets voor jou overblijft om te oogsten, andere dagen voel je je de koning te rijk met hoe alles groeit en bloeit.

Het is maar net met welke blik je kijkt. Nu zie ik de aalbessen blozen, de bramen bloeien, de peulen in de tuinbonen groeien en de aardappels haast woekeren. De groei is niet bij te houden, je ziet de tuin met de dag veranderen.

Al die potentie wakkert mijn tuinenthousiasme verder aan, ik krijg er zoveel energie van! Hoewel ik me nooit een ochtendmens heb gevoeld (ik baal altijd als een stekker als de wekker gaat op dagen dat ik naar m’n werk moet), is het nu ik verlof heb een feestje om vroeg op te staan.

Verwachtingsvol sprong ik de afgelopen tijd uit bed als ik het zonlicht rond 5 uur ’s ochtends tussen de gordijnen door naar binnen zag spieken. Gauw de kleine voeden en daarna naar de moestuin. Een uurtje voor mezelf. Genieten van vogelconcerten, het zachte zonlicht en van alles dat groeit en bloeit. Daarna met een bos versgeplukte bloemen naar huis fietsen en bij de bakker, die net haar deuren opent, verse croissants kopen…

Slaplantjes truc

Het sla- en andijvie hoekje waar ik elke week een paar plantjes uitgraaf om uit te planten.

Ondertussen heb ik de derde ronde slaplantjes in de grond gezet. Vroeger kocht ik altijd slaplantjes: 10 cent per stuk bij een plantenkweker in de buurt van onze moestuin destijds. Hier in de buurt heb ik nog geen goede plantenkweker gevonden en daarom pak ik het tegenwoordig anders aan. Een aanpak waarmee ik eigenlijk wel in m’n nopjes ben. Ik zal m’n trucje met je delen.

Ik zaai een aanzienlijk aantal slazaadjes dicht op elkaar in de volle grond: tientallen zaadjes op een strookje van ongeveer 30 bij 15 cm. De plantjes komen ongeveer tegelijk op en groeien in het begin prima uit tot kleine zaailingen. Daarna plant ik de jonge plantjes in verschillende rondes uit op een afstand van ongeveer 30×30 cm.

Je denkt misschien: als je alles tegelijk zaait, is alles toch ook tegelijk klaar? Met deze aanpak werkt het net iets anders: de te dicht op elkaar staande zaailingen kunnen zich op een gegeven moment niet echt lekker meer ontwikkelen. Ze hebben te weinig ruimte om verder te groeien en concurreren onderling om ruimte en licht. Deze onderlinge concurrentie houdt de slaplantjes klein. De uitgeplante plantjes kunnen daarentegen floreren en beginnen een groeispurt zodra ze zijn uitgeplant.

Door elke week een paar kleine plantjes te redden uit hun veel te volle zaaibed en deze plantjes uit te planten op ruime afstand van elkaar, beginnen er elke week een aantal nieuwe plantjes aan hun groeispurt. Op deze manier wordt ook de oogst gespreid: gedurende een aantal weken kan je steeds een paar kroppen oogsten. In andere woorden: één keer zaaien, meerdere keren planten en dus weken achter elkaar kunnen oogsten. Handig, toch?!

Oogst! 

Ook is onze spinazie klaar om geoogst te worden. Het duurde wat langer dan andere jaren door een paar kleine tegenslagen: de eerste keer kwam de spinazie niet op omdat ik oud zaad gebruikte, de tweede ronde schoffelde Annelinde deels om in haar enthousiasme…

Vorige week maakte ik kaas en van het restproduct, wei,  maakten we ricotta. Samen met de vers geoogste spinazie maakten Annelinde en ik er een hartige taart van met speels, knisperig filodeeg. Kijk je weer mee?

Saladeseizoen

Ook is er inmiddels een overvloed aan (pluk)sla klaar om geoogst te worden. Het saladeseizoen is begonnen! Bij jou ook? Zo ja, wat is jouw favoriete salade recept? Ik hoor het graag!