Maanden geleden zaaiden we een stuk of 10 pronkbonen: een mix van dikke, kleurrijke zaden met hier en daar een stippeltje of een streepje. Afgelopen weekend hebben we de eerste pronkbonen geoogst, ik was alweer vergeten hoe mooi ze waren.

De pronkbonen bloeien
Bloeiende pronkbonen: de bloempjes kunnen in de salade maar wij hebben ze laten uitgroeien tot mooie lange peulen vol dikke bonen. 

De indrukwekkend kleurrijke zaden kwamen razendsnel op en klommen in de moestuin (een stuk minder snel) langs een constructie van bamboestokken richting de blauwe lucht. Koud vonden de bonen het in eerste instantie wel, pas toen het weer warmer werd, schoot het een beetje op.

De planten hielden zich stevig vast aan de bamboestokken en na de grote klim begonnen ze uitbundig te bloeien. Zowel rode als witte bloemetjes verschenen aan de planten. We hadden de eetbare bloemetjes in de salade kunnen doen om wat kleur toe te voegen. We kozen er echter voor om alle bloemetjes de kans te geven uit te groeien tot een mooie lange peul vol dikke bonen.

Felgekleurde pronkbonen
Felgekleurde pronkbonen kwamen tevoorschijn uit de lange peulen. We hebben maar een fractie van de bonen geoogst, dat belooft wat! 

En dik zijn de bonen geworden. Paarse, roze en witte varianten kwamen er uit de langgerekte peulen. De peulen zelf kunnen, indien ze jong geoogst worden, ook gegeten worden als snijbonen. Maar verse boontjes hebben we genoeg en de pronkbonen hebben we dus maar als droogbonen behandeld: lekker lang door laten groeien en aan het einde van de zomer de bonen laten drogen. De droge bonen zijn maandenlang houdbaar en dus fijn spul om de wintervoorraad mee aan te vullen.

Uit nieuwsgierigheid hebben we de eerste bonen alvast uit de nog groene peulen gevist. Wat kwam er een kleurrijke mix aan bonen tevoorschijn! Het overgrote deel van de bonen hangt nog in de moestuin dus als alles goed gaat, hebben we straks een flinke wintervoorraad bonen in huis. Maar eerst… proeven!